|
| Van straatkind tot jazzlegende Pennywhistle | ||||||
|
Big Voice Jack is een kind van de straat. De kleine Aaron Jack Lerole - zo heet hij eigenlijk - groeit op in de stoffige 'township' Alexandra, niet ver van Johannesburg. In de jaren '40 en '50 is Alexandra een heel levendige wijk. Groepjes muzikanten trekken er door de straten en spelen elk hun eigen muziekgenre. Er zijn fanfares en jazzbands, sommige spelen marabi of boogy woogy. Jack raakt erdoor gefascineerd. Tijdens de weekends volgt hij zijn favoriete bands op de voet. Het zijn de 'Amaskotish' - een groepje extravagante, bizarre mannen die zich kleden in Schotse rokken - die zijn aandacht het meest trekken. Ze bespelen de 'pennywhistle' op het ritme van hun zelfgemaakte drums. Het geluid van de 'pennywhistle', een fluitje gemaakt van een metalen buis, verovert Jacks hart en hij vraagt zijn ouders om er een voor hem te kopen. Hij begint op zijn eentje te oefenen en leert zichzelf spelen door populaire deuntjes te playbacken. Als hij het eenmaal onder de knie heeft, sluit hij zich bij het groepje aan en gaat met hen tijdens de weekends voor geld spelen. Later vormt hij zijn eigen band 'The Alexandra Shamba Boys' en neemt een album op dat enorm populair wordt in de straten en de danstenten van Zuid-Afrika. De band doorkruist de stad terwijl ze spelen en geld ophalen. Maar het zijn de duistere jaren van de apartheid en de leden worden vaak gearresteerd op beschuldiging van ordeverstoring. Ze betalen de boetes en gaan gewoon door. Ze laten zich door niemand tegenhouden. Ook niet door de gangsters die hen chanteren en geld vragen in ruil voor bescherming. Jack en zijn band dragen dan ook vaak tomahawks met zich mee om zich te kunnen verdedigen als dat moet. Intussen, de jaren vijftig lopen op hun einde, is de 'pennywhistle-sound' zo populair geworden dat ze ook de aandacht trekt van het internationale publiek.
|
||||||
production by Ajouta |