Home




INFO

Vuurtorens en lichtschepen

Voor de kust van de Noordzee is het altijd gevaarlijk geweest om te varen. Dit komt omdat er veel ondiepten en zandbanken zijn. Om de veiligheid voor de schepen te verhogen, bestaan er verschillende soorten kustverlichting.

Zo zijn er de lichtschepen die waarschuwen voor hindernissen of ondiepten. De geschiedenis van de Belgische lichtschepen is bijna 150 jaar oud. Op deze site kom je ook iets meer te weten over de werking van deze “drijvende vuurtorens” en hun bemanningsleden. Je kan in Antwerpen zelfs een bezoek brengen aan een lichtschip op rust: de West-Hinder III.

Vuurtorens zijn een andere vorm van kustverlichting. Zij waarschuwen de schepen voor land. De geschiedenis van de eerste Belgische vuurtorens gaat terug tot in de Middeleeuwen. Wil je iets meer vernemen over de werking van deze torens en wat de taken zijn van een vuurtorenwachter? Lees dan verder op deze site.




INDEX

  • Wat is een lichtschip?

  • Geschiedenis Belgische lichtschepen

  • Werking lichtschepen

  • Bemanningsleden

  • Westhinder III

  • Wat is een vuurtoren?

  • Geschiedenis vuurtorens

  • Werking vuurtorens

  • Vuurtorenwachter

  • Krantenartikels

  • Leesvoer

  • Links




    Wat is een lichtschip?

    Lichtschepen zijn eigenlijk drijvende vuurtorens die gebruikt werden als kustverlichting om de veiligheid op zee te bevorderen. Deze schepen werden voor anker gelegd in de buurt van zandbanken, ondiepten of rotsen. Op deze plekken was behoefte aan een vuurtoren, maar omdat het niet mogelijk was om er één te bouwen, werden er lichtschepen gebruikt. Zij lagen op plaatsen waar andere schepen het liefst zover mogelijk van verwijderd bleven.





    terug

    Geschiedenis Belgische lichtschepen

    Het principe van een schip voorzien van een licht in de mast werd al bij de Romeinse galjoenen toegepast. In de mast werd een vuurkorf gehangen zodat het schip zichtbaar was voor andere schepen. Vanaf de 15de eeuw werden voor onze kust vuurschepen gebruikt om gevaarlijke plaatsen zoals zandbanken en wrakken te signaleren.

    Eerst werden kleine zeilende koopvaardijschepen gebruikt, die voorzien werden van lantaarns waarin kaarsen stonden. In 1731 werd het eerste officiële lichtschip door de Engelsen uitgelegd in de monding van de Thames. Daarna hebben de schepen een hele evolutie doorgemaakt die samenhing met de technologische vooruitgang.

    Aan het einde van de 20ste eeuw, heeft de moderne techniek het werk van de lichtschepen overgenomen. Voor onze kust werden ze vervangen door onbemande lichtplatforms of navigatieboeien. Deze zijn in aanschaf, gebruik en onderhoud immers veel goedkoper.





    terug

    Werking lichtschepen

    Licht
    De eerste lichtschepen hadden in het midden van het schip een zware mast waarrond een lantaarn werd gehesen.

    De lichtbron bestond uit olielampen met parabolische reflectoren. Door de reflectoren in een andere stand te zetten kon de aard van het licht op een eenvoudige wijze veranderd worden.

    In het begin werkte men met een vast licht. Later werden de olielampen vervangen door gaslicht.
    Tenslotte ging men gebruik maken van de elektrische gloeilamp.

    Ieder lichtschip was herkenbaar door zijn eigen karakter (= specifiek lichtsein): na één of meerdere schitteringen volgde altijd een periode van duisternis.

    Door de hoge plaatsing van het licht boven het wateroppervlak, kon men het licht op grotere afstand waarnemen.



    Herkenningspunten



    dagmerk
    Ook overdag was de herkenning van een lichtschip van belang. Daarom bevond zich boven in de mast ook een vast dagmerk.

    Daarnaast waren er nog andere mogelijkheden om het schip te identificeren zoals de kleur, die meestal rood was, en de naam van de positie die in grote letters op de romp gezet werd.

    Op het dek stonden naast de lichttoren ook één of meer masten met visuele signalen en de antennes voor het radiobaken. Hierdoor kregen de schepen een van ver herkenbaar profiel.

    De naam van het lichtschip werd meestal ontleend aan de ondiepte waarvoor het waarschuwde.


    Geluid

    Naast een specifiek lichtsein had een lichtschip ook een eigen geluid. Het geluidssignaal van het mistsein werd gemaakt met de brulboei die meestal op het achterschip stond. De lichtschepen beschikten ook over een onderwaterseininrichting en een radiobaken die een identificatiesignaal uitzonden.


    brulboei


    Energievoorziening

    In het schip zijn generatoren onder gebracht die de stroom opwekken voor het elektrische waarschuwingslicht en compressoren voor de bediening van de misthoorns.


    generatoren


    Anker

    De positie van een lichtschip werd aangegeven op de zeekaarten. Daarom was het van groot belang dat het schip op zijn plaats bleef liggen. De stevige verankering gebeurde met een speciaal ontworpen paraplu- of paddestoelanker dat tot 3.000 kg zwaar kon wegen. Dit ankertype schept zich vol bodemzand en krijgt daardoor extra gewicht.


    paddestoelanker


    terug

    Bemanningsleden



    aflossing van de bemanning
    De schepen die op zee werden uitgelegd kregen bemanning aan boord. De bezetting bestond gemiddeld uit 7 tot 13 personen, afhankelijk van de grootte van het lichtschip.

    De hoofdtaak van de bemanning was het onderhoud van het schip en de lichtinstallatie en de uitkijk naar eventuele scheeps- en vliegtuigongevallen.

    Tot de neventaken behoorden: het geven van waarschuwingsseinen bij stormwind, het verrichten van meteorologische- en stroomwaarnemingen, metingen van golfhoogte en controle van zeewater op olieverontreiniging.

    De bemanning van een lichtschip verbleef voor een periode van twee weken aan boord, daarna werden ze afgelost.

    Het leven op een lichtschip was vrij eentonig, om beurten had de bemanning de wacht en verrichtte onderhoud- en huishoudelijke karweitjes.

    Geregeld werden oefeningen gehouden met passerende schepen. Er werden ook weerrapporten opgemaakt en via de kustwacht per radio doorgegeven.


    in de refter
    Naast de normale werkzaamheden moesten ze soms ook wetenschappelijke proeven doen. Zo hebben hun vogelwaarnemingen interessante gegevens opgeleverd over de gewoonten van trekvogels.

    Aan boord van het schip, was er ook veel tijd voor ontspanning. Populaire bezigheden waren houtsnijwerk maken, touw knopen, manden vlechten, timmeren en scheepsmodellen in flesjes maken. Daarnaast werd er ook veel gevist.

    Het eten op het schip was eenvoudig. Eens per week kwam het bevoorradingsschip met voedsel, olie, water, post, tijdschriften en kranten. Als het weer het niet toeliet dat de bevoorrading kon plaatsvinden, dan was men aangewezen op het noodrantsoen van scheepsbeschuit.


    BBQ op de Westhinder

    Het verblijf aan boord van een lichtschip was vroeger niet zo luxueus. De bemanning verbleef in een gemeenschappelijke ruimte, waarin gewoond, gekookt, gegeten en geslapen werd. De laatste lichtschepen, die gebouwd zijn in de vijftiger jaren, waren vergeleken bij de eerste comfortabel en voorzien van de modernste snufjes. Het leven op een lichtschip was ook niet altijd zonder gevaar. De meeste ongelukken gebeurden bij dichte mist, waarbij de kans op een aanvaring het grootst was.

    Wil je meer weten over het werken aan boord van een lichtschip? Lees dan de volgende krantenartikels.



    terug

    West-Hinder III



    In Antwerpen kan je een echt lichtschip bezoeken, de West-Hinder III. Dit schip is heel bijzonder omdat het oorspronkelijke interieur bewaard gebleven is. Sinds 12 mei 1995 heeft het lichtschip zijn vaste ligplaats in het Bonapartedok en maakt het deel uit van de collectie van het MAS / Nationaal Scheepvaartmuseum.

    De West-Hinder was het laatste bemande lichtschip van West-Europa dat nog in werking was. De positie van dit schip was 51°23'00" N en 02°26'20" E (=ter hoogte van Koksijde). Drie bijna identieke lichtschepen werden in een beurtrol uitgelegd: één schip als Wandelaar (nog een ander Belgisch lichtschip), het tweede als West-Hinder en het derde lag als reserve in de haven. Gedurende deze periode gebeurde ook de onderhoudsbeurt.



    klik op de foto voor groter formaat

    In 1993 werd de opdracht van de West-Hinder overgenomen door een automatisch elektronisch lichtplatform. De belangrijkste reden voor deze overschakeling was de hoge financiële kost: het platform is ongeveer 7x goedkoper dan het onderhouden en bemannen van een lichtschip.

    In 1864 werd de eerste West-Hinder uitgelegd ter hoogte van de zuidoostpunt van de West-Hinderbank, 11 mijl buiten Nieuwpoort en 17 mijl van Oostende. Het schip dat nu in het Bonapartedok ligt, werd in 1950 gebouwd bij Beliard-Crighton te Oostende.

    De West-Hinder kon worden herkend aan zijn helder wit lichtsein. In een periode van 30 seconden verliep het sein als volgt: 1 sec licht, 4 sec duister, 1 sec licht, 4 sec duister, 1 sec licht, 4 sec duister, 1 sec licht en dan 14 sec duister. Het licht stond 14 m hoog en bij normale zichtbaarheid was het tot op 12,4 mijl waar te nemen. Het mistsein verloopt om de 30 seconden met 3 geluidsstoten als volgt: 2 sec en onderbreking van 1 sec, terug 2 sec met onderbreking van 1 sec en dan 6 sec met onderbreking van 18 sec. Wanneer de nautifoon buiten dienst was werd de scheepsbel geluid in dezelfde volgorde.

    Het ergste ongeluk dat ooit gebeurde met een West-Hinder, was tijdens de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 december 1912. Toen kwam het tot een aanvaring met de Duitse zeelichter ‘Minnie’, die gesleept werd door de stomer ‘Ekbatana’. De West-Hinder verdween in de golven en de volledige 10-koppige bemanning kwamen hierbij om het leven.

    Voor meer info over de West-Hinder III, lees de krantenartikels.



    terug

    Wat is een vuurtoren?



    Zeelieden waren vroeger afhankelijk van bakens op de kust voor het uitstippelen van hun route. Vandaag de dag beschikt een zeeman over verschillende middelen om zijn positie en route te bepalen. Hij heeft moderne navigatiesystemen als het kompas, de radar, navigatieberichten, weerberichten en gegevens over getijde en stroming tot zijn beschikking.

    Dat wil niet zeggen dat de vuurtorens geen enkele functie meer hebben. Ze zijn nog steeds een ideaal herkenningspunt en vormen een controle op de plaatsbepalingapparatuur aan boord. Vooral de recreatievaart maakt hiervan nog steeds gebruik.

    Zowel overdag als ’s nachts moeten vuurtorens duidelijk herkenbaar zijn voor de scheepvaart. Bij duisternis gebeurt dit doordat elke vuurtoren zijn eigen lichtritme (karakter) heeft. Overdag zijn ze herkenbaar door hun opvallende kleuren en een eigen patroon.

    terug

    Geschiedenis van vuurtorens

    Al bij de Egyptenaren maakte men gebruik van vuurbakens. Zij waren ook de eersten die een vuurtoren bouwden. Beroemd is de Pharos van Alexandrië (280 voor Christus). Hij werd beschouwd als één van de zeven wereldwonderen.

    Het waren de Romeinen die aan de kusten van Noord-Europa de vuurtorens introduceerden. De eerste exemplaren waren meestal geen torens maar grote, op een heuvel of duin gestookte vuren. De gloed van de vuren kon zelfs in mistige nachten gezien worden. Later maakte men gebruik van lantaarns waarin kaarsen geplaatst werden.





    Oostende


    In 1810 ging men over op olielampen. De kaarsen en de olie moesten tegen de wind afgeschermd worden. Het nadeel was dat de ruiten snel met roet bedekt werden. In 1784 werd dit probleem opgelost door de Zwitser Ami Argand. Hij vond een rookloze lamp uit, die bestond uit twee smalle koperen buizen, de één binnen de ander, met een ronde lampenkous er omheen. Argand-lampen maakten vooral in de vuurtorenverlichting grote ontwikkelingen mogelijk.

    In 1790 werd het eerste draaiende vuurtorenlicht ter wereld in Cordouan geplaatst. Dit leidde tot de uitvinding van het lichtflitsensysteem op bepaalde ritmes (karakter) waardoor verwarring met andere vuurtorenlichten wordt voorkomen.

    De nieuwste ontwikkeling is de automatisering. Moderne “lichttorens” worden vanuit een kuststation bediend. Speciale klokken schakelen het licht in als het donker wordt en uit als het weer begint te dagen. Deze torens moeten slechts nu en dan geïnspecteerd worden. Ze hoeven niet meer dag en nacht bemand te worden door vuurtorenwachters.



    terug

    Werking vuurtorens

    In de negentiende eeuw waren de vuurtorens nog uitgerust met stilstaande lichten. Op zee kon je dus niet zien met welke vuurtoren je te maken had. Gecombineerd met het feit dat de meeste lichtbronnen niet zo krachtig waren leidde dit soms tot fatale aanvaringen. Nu heeft iedere vuurtoren een eigen licht "karakter". Dit is een patroon waarin het rondschijnend licht wordt onderbroken door donkere perioden. Er is een onderscheid tussen schitterlicht (langer donker dan licht) en onderbroken licht (langer licht dan donker).

    Het licht van een vuurtoren moet de hele nacht branden en helder zijn. De eerste lichtbronnen waren van hout- en kolenvuren. Nadelen van deze vuren waren de rookontwikkeling en het feit dat het licht in helderheid toe- en afnam. Met de uitvinding van de Argandse lamp kwam er een einde aan dit probleem. Dankzij deze olielamp kreeg men een rookvrije en constante lichtbron. Dit bood de mogelijkheid om achter de lamp een holle spiegel te plaatsen en zo het licht te bundelen.

    Een tweede belangrijke ontwikkeling was de uitvinding van Augustin Fresnel. De Fresnel-lens is een getrapte lens die uit afzonderlijke vlakjes bestaat in plaats van uit één dikke lens. Hierdoor kon het licht nog verder geconcentreerd worden. Door meerdere lenzen rond een lichtbron te plaatsen konden zelfs meerdere lichtbundels worden gevormd. Wanneer je dit lenzenstelsel laat draaien, ontstaat het kenmerkende beeld van de rondzwaaiende lichtbundels dat wij kennen van de vuurtorens. In de loop van de jaren werd deze techniek verfijnd.



    terug

    Vuurtorenwachter



    Lichtwachters hebben zich moeten aanpassen aan verschillende technische ontwikkelingen: van het eenvoudige “vuurtje-stoken” tot het gebruik van hoog technologische hulpmiddelen. Wat steeds hetzelfde bleef was het gebod: trouw op post.

    Het werk van de eerste vuurtorenwachters was bijzonder zwaar. Het bestond vooral uit het aanslepen van brandstof en het onderhouden van het vuur. Met de komst van de Argandse lamp, kreeg de vuurtorenwachter het wat makkelijker. Tot zijn taken behoorden het onderhouden van de lamp en het schoonhouden van het systeem van spiegels en lenzen. De vuurtorenwachter woonde vaak vlakbij de toren en het beroep ging over van vader op zoon.


    Tegenwoordig is dit niet meer zo. Het aantal vuurtorenwachters is sterk afgenomen omwille van financiële besparingen. De meeste vuurtorens werken nu volledig automatisch. De hedendaagse lichtwachters houden zich vooral bezig met de kustwacht.

    Vandaag is het beroep met uitsterven bedreigd. Klik hier als je meer wil lezen over Hendrik Perdok, één van de laatste vuurtorenwachters van het Nederlandse Waddeneiland Schiermonnikoog.

    terug

    KRANTENARTIKELS

  • Donderdag 14 februari 1991, Thuiskrant:
    De “West-Hinder” verdwijnt
    Het laatste bemand lichtschip maakt volgens plannen van Sauwens in de zomer van 1992 plaats voor licht- en meetpaal.


  • Donderdag 14 februari 1991, Thuiskrant:
    Eten is belangrijk tijdverdrijf
    Samen met de aflossing van de bemanning wordt om de 14 dagen de mondvoorraad aan boord van het lichtschip “West-Hinder” aangevuld.


  • Donderdag 14 februari 1991, Thuiskrant:
    Interview met de bemanningsleden van de “West-Hinder”
    Schipper Emiel Zonnekein heeft er reeds 10 jaar “West-Hinder” op zitten. Waarom?


  • Donderdag 14 februari 1991, Thuiskrant:
    Aangevaren, gezonken, op drift, oorlogsbuit
    Tijdens hun bijna 150 jarig bestaan maakten de diverse Belgische lichtschepen heel wat mee: aanvaringen, zinken, 11 bemanningsleden verloren het leven, oorlogsbuit. Dikwijls sloeg een lichtschip op drift.




    LEESVOER

    Wil je meer lezen over lichtschepen en vuurtorens? Stichting Lezen stelde deze lijst samen met interessante boeken vol achtergrondinformatie en ontspannende romans. Tijdens de tentoonstelling kan je ook in deze boeken snuffelen. Ze liggen in het woongedeelte van de Lauranda.

    Voor nog meer leestips kun je steeds terecht op www.stichtinglezen.be.

    terug



    FICTIE

    Peter van Gestel
    Die dag aan zee
    Querido, 2003. 11+
    In een kil gezin probeert een oudere broer zijn zusje een beetje warmte en vrolijkheid te geven. Sip is apetrots op haar broer. Maar Cham stapt op een dag de zee in en zwemt naar de horizon. Hun vader vindt zijn dode lichaam op het strand.

    Patrick Lagrou
    Het dolfijnenkind
    Clavis, 1992. 12+
    Als Marijn op een dag met school een dolfinarium bezoekt, duikt hij zomaar het water in en zwemt hij met de dolfijnen. Als zijn moeder hoort wat er is gebeurd, komt een pijnlijk verleden boven. Daarna vertrekken ze samen naar de Bahama’s waar Marijn is geboren, maar waar ook zijn vader op mysterieuze wijze is verdwenen. Hun zoektocht kan beginnen.

    Noëlla Elpers
    Geheimen van de wijde zee
    Van Goor, 2003. 12+
    Drie heel verschillende kinderen brengen een zomer door op Heimaey. Samen smeden ze een verbond en leren ze hun grootste angsten overwinnen. Het wordt een zomer die hen voor altijd met elkaar zal verbinden.

    Ed Franck (bew.)
    Moby Dick
    Davidsfonds/Infodok, 2003. 12+
    Ed Franck bewerkte deze klassieker over de persoonlijke strijd van kapitein Achab en de witte walvis Moby Dick. Een tijdloos verhaal over de mens en de natuurkrachten.

    Iain Lawrence
    Vuurtoren-eiland
    Facet, 2004. 14+
    Squid is zeventien. Ze is een jonge vrouw met een dochter van drie. Na lange tijd bezoekt ze haar geboorteplaats: Lizzie Island. Het brengt talloze herinneringen boven. Vooral uit haar idyllische jeugd. Maar Lizzie Island is ook de plaats waar haar broer Alistair stierf. Zijn dood is de schuld van haar ouders, vindt ze. Vooral die van haar vader, de vuurtorenwachter.

    Virginia Woolf
    Naar de vuurtoren
    Muntinga, 1988. 18+
    Deze klassieker kon niet ontbreken. Een van de meesterwerken van de 20ste eeuw. In een lange, interne monoloog worden de moeilijke, onderhuidse spanningen en relaties van de familie Ramsey uit de doeken gedaan. Moeilijk om te lezen, maar zonder meer de moeite waard.

    Sarah Zettel
    De ware heks. Eerste boek van de Isavalta.
    De Boekerij, 2003. 18+
    Bridget Lederele is Bewaker van het Licht op het Zandeiland. Ze beheert het vuur in de vuurtoren. Door de bewoners van het vasteland wordt ze voor heks uitgemaakt. Dankzij haar magische talent ziet Bridget hoe in een hevige storm een bootje op de rotsen aan stukken wordt geslagen. In het wrak treft ze een mysterieuze man met tatoeages op zijn donkere huid. Voor ervaren fantasy-lezers.

    João Ubaldo Ribeiro
    Bericht uit de vuurtoren
    De Bezige bij, 2004. 18+
    In een vuurtoren op een eiland dat hij heeft gekocht, schrijft een ex-priester het verhaal van zijn leven. Dat stond helemaal in het teken van wraak. Beetje bij beetje krijg je inzicht in de geest van deze figuur, die een ware psychopaat blijkt.

    terug

    NON-FICTIE

    Jürgen Voss
    Vuurtorens tussen dag en nacht
    De Alk, 2004. Geen leeftijd.
    Prachtig fotoboek over de mooiste vuurtorens in Europa. Op gewoon genieten van knappe foto’s staat gelukkig geen leeftijd.

    Philip Plisson
    De zee
    Lannoo, 2003. 14+
    Een prachtig fotoboek over de zee in al haar gedaanten. Bedoeld voor volwassenen, maar zonder meer geschikt voor iedereen die graag de zee wil bewonderen in mooie prenten.

    Wibo Burgers
    Nederlandse lichtschepen
    De Alk, 1998. 15+
    Alleen al de foto’s maken dit boek de moeite. Informatief staat het gelukkig ook heel sterk. De geschiedenis van de Nederlandse lichtschepen wordt helder uit de doeken gedaan. Je vindt heel wat over het ontwerp van de boten en een uitvoerige lijst van schepen, maar de vroegere bemanningsleden komen ook aan het woord.

    Dr. Ivo Kranzfelder
    Hopper
    Taschen, 2000. 15+
    De Amerikaanse 20ste eeuwse schilder Edward Hopper maakte heel wat zeezichten, en schilderde ook heel wat vuurtorens. Steeds met bijzondere aandacht voor het licht dat op duinen, water, zand en landschap scheen. In dit complete overzichtswerk vind je dus ook zijn zeezichten mét vuurtorens terug.

    Floortje Dessing
    100 wereldplekken die je gezien moet hebben
    Prometheus, 2004. 16+
    Een afgelegen blokhut in Alaska; zwemmen met roggen in de Stille Zuidzee; slapen in een vuurtoren in Australië… Het zijn allemaal bijzondere plekken die Floortje Dessing heeft bezocht. Dankzij de prachtige foto’s en mooie teksten krijg je zin om er zo heen te gaan.

    terug

    LINKS


    Voor wie nog altijd niet genoeg heeft van lichtschepen en vuurtorens hebben we deze linkbibliotheek samengesteld.

    Lichtschepen

    http://www.texel-no10.de/index-ndl.htm
    Op deze site over het Nederlandse lichtschip Texel n°10 vind je een uitgebreide fotogalerij, een virtuele rondleiding, achtergrondinformatie en een heleboel links naar andere lichtschepen.

    http://www.boatnerd.com/museums/huron
    Op deze site kun je een virtueel bezoek brengen aan het lichtschip Huron.

    www.feuerschiffseite.de
    Voor leuke weetjes en spannende verhalen over lichtschepen moet je op deze site zijn. Je vindt er ook verschillende links naar lichtschepen van over de hele wereld.

    http://home.arcor.de/klaus.huelse/HTML/FSPK/FS.HTM
    Hier vind je afbeeldingen van Duitse lichtschepen op oude postkaarten.

    Vuurtorens

    www.vuurtorens.net
    Op deze site vind je alles wat je moet weten over de Belgische en Nederlandse vuurtorens. Je vindt er ook interessante links.

    http://home.arcor.de/klaus.huelse/index.htm
    Een mooie verzameling van oude en recente afbeeldingen van vuurtorens. Om helemaal bij weg te dromen.

    Randinformatie

    www.zeeinzicht.nl
    www.noordzee.nl
    Wil je meer weten over de Noordzee? Neem dan eens een kijkje op deze sites.

    www.areyouwaterproof.be
    Ben je klaar voor een job op het water? Dan is dit een site voor jou!

    terug