PLASTISCHE
OPVOEDING

Cursus 1ste graad - marc vanderpoorten 2002 ©







Statisch - Grieks: staticos; sta, staan.
Onveranderlijk, zonder beweging en is in evenwicht. Rustig, kalm.

Dynamisch, dynamica - Grieks: dunamus; kracht; met krachtige beweging, alles lijkt te bewegen en onrustig te zijn.

De richtingen

Als we over de richting van een lijn spreken dan spreken we over de zin.
horizontaal,
verticaal,
diagonaal.



In de dagelijkse taal spreken we dikwijls over: "HORIZONTALE, VERTICALE en DIAGONALE" richting of zin.
Laat ons deze begrippen eens nader bekijken in verband met vorm:

Horizontaal - Frans: horizontal; volgens het vlak van de horizon, loopt evenwijdig met de horizon, de lijn waar de lucht en de zee elkaar schijnbaar raken. Waterpas.

Verticaal - Frans: verticaal; naar het toppunt gericht, loodrecht, de loodlijn. Schietlood.

Diagonaal - Latijn: diagonalis. Grieks: goonia; hoek, de lijn die twee niet aangrenzende hoeken van een meetkundige figuur verbindt. Overhoeks, dwars, schuin.


RICHTINGSLIJNEN
De richting van een vorm of een compositie zijn denkbeeldige lijnen die de toeschouwer in een werk waarneemt. Deze lijnen bepalen het karakter van het werk.

HORIZONTAAL
Deze richting geeft rust, uitgestrektheid en zwaarte weer,

VERTICAAL
Geeft onevenwichtigheid aan, hoogte en diepte, vallende indruk.

DIAGONAAL
Geeft beweging en diepte weer, stijgend of vallend.

leder richting heeft zijn eigen karakter: Horizontaal: rust, stabiel statisch. (vierkant - liggende rechthoek)

Verticaal: rust, labiel, statisch. ( staande rechthoek)



Diagonaal: onrust, labiel, dynamisch. (driehoek)
Verder kunnen we nog draaibewegingen tegenkomen door het invoeren van gebogen lijnen of cirkelvormige lijnen. Deze zijn dynamisch en onrustig en geven door hun draaiing beweging weer. (cirkel)


OPMERKING

In een compositie kan een van deze richtingen overheersen en dan spreekt men over een statische of dynamische opstelling. Zorg dat een statisch of dynamisch werk in evenwicht staat.