
|
Stabiel - Latijn: - stabilis; staan, standvastig, bestendig, in rust verkerend.
Labiel - Latijn: labilis; wegglijden.
Onvast, wankelbaar. Als er geringe druk uitgevoerd wordt op het voorwerp zal het kantelen of omvallen om tot een nieuw evenwicht te komen.
Om te zien wat stabiel of labiel is moeten we kijken waar het zwaartepunt
van het voorwerp ligt.
Ligt dat punt zeer laag tegen het vlak waarop het rust, dan is het voorwerp stabiel.
Ligt het zwaartepunt zeer hoog, dan is het lichaam labiel of ligt het evenwicht aan de buitenkant van het object dan is het labiel.
1. Stabiel
Vierkant dat op zijn zijde staat, een kubus op zijn grondvlak, een rechthoek op zijn breedste zijde, een balk op zijn breedste vlak een driehoek op zijn breedste zijde ... .
2. Labiel
Een rechthoek dat op zijn kleinste zijde staat, een driehoek op de kleinste zijde of een hoek staat, een cirkel, een kegel op zijn punt, een breinaald op haar punt, een kaartenhuisje, dominosteentjes achter elkaar …
3. Besluiten
- Bij het uitoefenen van een kracht zal een stabiel voorwerp niet snel omvallen maar verschuiven.
- Bij een labiel voorwerp gaat het voorwerp uit zijn evenwicht en zal het kantelen. Het lichaam zoekt een nieuwe stabielere houding.
- Alles wat een horizontale richting bezit lijkt stabiel te zijn.
- Alles wat een overwegende verticale of diagonale stand bezit, is of blijkt onstabieler of onstabiel te zijn.
- Een cirkel lijkt steeds in beweging te zijn.
|
|