Over ons Blog Contact
De Spaanse Burgeroorlog 1936-1939
1. 1. Generale repetitie voor de Tweede Wereldoorlog

Zelden sprak een oorlog zo tot de verbeelding als de Spaanse Burgeroorlog. Een oorlog die velen beschouwden als een confrontatie tussen Goed en Kwaad, tussen democratie en fascisme. Een oorlog die vrijwilligers uit alle landen aantrok om aan de zijde van de Spaanse arbeiders te strijden; een oorlog die talloze kunstenaars, schrijvers en dichters inspireerde. In 2006 was het zeventig jaar geleden dat de Spaanse burgeroorlog uitbrak. Hij begon als een nationalistische militaire opstand tegen de wettige republikeinse regering en eindigde drie jaar later met de overwinning van de nationalisten. Hun leider, generaal Franco, hield Spanje tot zijn dood in 1975 in zijn greep.

De burgeroorlog was geen interne aangelegenheid, Franco kreeg steun van Italie en Duitsland, de republikeinen ontvingen voornamelijk steun van de Sovjietunie. De Spaanse burgeroorlog van 1936-´39 kan dan ook gezien worden als een generale repetitie voor de Tweede Wereldoorlog.

2. Aanloop tot het conflict

In het begin van deze eeuw heersten in Spanje nog semi - feodale toestanden. De meeste grond was in handen van een minderheid van landeigenaren. De macht van de kerk, die eveneens uitgestrekte landerijen bezat, was bijzonder groot.

Tussen de provincies onderling bestonden echter belangrijke verschillen in cultuur en economische ontwikkeling. Zo was Catalonië sterk geïndustrialiseerd, terwijl in Estramadura of Andalusië honderdduizenden pachtboertjes en dagloners nagenoeg verhongerden.

De zwakke monarchie werd in de jaren twintig 'terzijde gestaan' door een militaire dictatuur onder leiding van generaal Primo de Rivera.

In 1931 behaalden de anti-monarchistische krachten een klinkende overwinning bij de verkiezingen. De republiek werd op 14 april uitgeroepen en de koning vertrok in ballingschap. De linkse partijen hadden aanvankelijk de meerderheid. De progressieve republikein Manuel Azafia werd eerste minister. Het parlement, de Cortès, keurde agrarische hervormingen goed en verleende verregaande autonomie aan Catalonië.

Korte tijd later kregen de rechtse partijen meer invloed in de regering. Tussen 1931 en 1936 zwenkte de regering van links naar rechts, herhaaldelijk geconfronteerd met aanslagen en stakingen die dan hardhandig werden onderdrukt. In 1934 werd een opstand in Madrid, Barcelona en het mijngebied van Asturië bloedig neergeslagen.

3. Overwinning van het Volksfront veroorzaakt staatsgreep

De verkiezingen in februari 1936 brachten een duidelijke nederlaag voor de rechtse partijen. Een coalitie van progressieve republikeinen, socialisten en communisten kwam aan de macht. Ook de anarchisten, die vooral sterk stonden in Catalonië, verleenden hun steun. Dit Volksfront beloofde onder meer landhervormingen en amnestie voor alle politieke gevangenen. Er werd een gematigde centrumpolitiek gevoerd - de communisten namen overigens amper vijf procent van de zetels in - maar de rechtse krachten wensten niet dat Spanje de weg van de democratie opging. Ter rechterzijde ging de monarchistische Carlistische partij (ontstaan in 1833) en de fascistische Falange een bondgenootschap aan met het leger.

Op 17 juli 1936 pleegden officieren van de garnizoenen in Spaans Marokko een staatsgreep. De rebellie breidde zich onmiddellijk uit tot een aantal garnizoenssteden in Spanje. In het nationalistisch kamp werd een junta opgericht die optrad als regering. Na het dodelijk ongeluk van aanvoerder generaal Sanjurjo kreeg generaal Francisco Franco de leiding. De rebellen kregen onder meer in Sevilla, Granada, Salamanca en Burgos de macht in handen.

In Madrid, Barcelona en tal van andere steden mislukte de coup door het hevige verzet van burgers en soldaten die de republiek trouw bleven. De burgeroorlog was begonnen.

4.'No Pasaran'

De republikeinse regering was in de dagen na de opstand verlamd door besluiteloosheid. De arbeidersorganisaties eisten wapens, maar in eerste instantie weigerde de regering dat. Het verzet kwam van inderhaast gevormde milities, opgericht door de vakbonden of door linkse partijen. In Barcelona zwermden leden van de anarchosyndicalistische CNT uit over heel de stad en plunderden munitiedepots en kazernes.

"Plots", vertelde een ooggetuige, "lagen er aan het begin van iedere straat barricaden en droeg bijna iedereen de roodzwarte halsdoek van de anarchisten." Ook in Madrid werd hevig gevochten. De fascistische opstandelingen hadden zich verschanst in de Montafiakazerne, waar ze omsingeld werden door een woedende menigte. De stad raakte haast volledig in handen van de arbeiders, de communistische partij had gewapende strijdgroepen gevormd.

De communiste Dolores Ibarurri, bijgenaamd 'La Pasionara', hield de eerste van een lange reeks opzwepende radiotoespraken. Van haar zijn de legendarische woorden 'No pasaran': "Zij (de fascisten) zullen er niet doorkomen."

Uit een eerste balans kort na de opstand bleek dat Spanje in twee stukken was gevallen. De twee Baskische provincies in het noorden en een groot deel van Asturië bleven behouden voor de republiek, evenals de oostelijke gewesten met de gebieden rond Barcelona en Valencia, het centrum met Madrid en een deel van het zuidelijke Andalusië.

Een belangrijk gegeven was dat de opstand een revolutionaire tegenbeweging had gestimuleerd. In Catalonië werden bedrijven en boerderijen gecollectiviseerd, elders bleek ook een radicalisering van de arbeiders. De haat tegen kerk en grootgrondbezit kwam tot uiting door plunderingen en brandstichting in kerken.

5. Internationalisering van de oorlog

In september 1936 vormde de socialist Largo Caballero een nieuwe regering van socialisten, communisten en links-republikeinen. Ook vier anarchistische ministers traden tot de centrale regering toe. De rekrutering van internationale brigades kwam op gang. Tienduizenden antifascisten snelden de republiek ter hulp.

Vertrek uit Barcelona, 1936
(Vertrek uit Barcelona, 1936. Een anarchistische militie gaat naar het front.)

De regeringen van de Europese landen hielden zich echter afzijdig. Er verscheen een Frans-Britse verklaring waarin een politiek van non-interventie in Spanje werd voorgesteld. Ondanks hun lippendienst aan deze politiek verleenden Duitsland en Italië, evenals Portugal, militaire steun aan Franco.

De nationalisten hadden veel te danken aan het Duitse contingent, waaronder het 5.000 man sterke Condor-legioen, een experimentele tank-, anti-tanken luchtmachteenheid. De republiek kon niet op veel steun rekenen. Alleen Mexico en de Sovjetunie leverden steun. Eind oktober verschenen de eerste sovjettanks en -vliegtuigen op het strijdtoneel.

Ondertussen nam de polarisatie in het republikeinse kamp toe. De opvattingen van de communistische partij stonden tegenover die van de anarchisten en de POUM. De Partido Obrero de Unificación Marxista (Arbeiderspartij van de Marxistische Eenheid, afgekort POUM) was een Spaanse revolutionair-socialistische partij.

De communisten wilden de revolutie voorkomen en de strijd beperken tot een strijd tegen de fascisten. Zij volgden de lijn van Moskou. Een sociale revolutie in Spanje druiste in tegen de belangen van de Sovjetunie. De POUM en de anarchisten gingen ervan uit dat oorlog en revolutie niet te scheiden waren.

De communisten kregen meer en meer invloed; de macht verschoof van de arbeidersorganisaties naar de regering. Caballero decreteerde de vorming van een geregeld volksleger. De milities werden geleidelijk ontbonden, het collectiviseringsproces werd tot staan gebracht.

Na het aftreden van Caballero kwam Negrin aan het hoofd van een nieuwe communistische regering. De interne verdeeldheid groeide. De POUM werd verboden en zijn voornaamste leider Andres Nin werd vermoord, volgens bepaalde bronnen door agenten van Stalin. Het prestige van de Sovjetunie groeide naarmate de wapenleveringen aan de republiek toenamen. "Aanvankelijk voerden de nationalistische vliegtuigen zonder veel tegenstand bombardementen op Madrid uit. Toen zagen we op een goede dag een stel nieuwe vliegtuigen in de lucht, en die haalden een paar nationalistische toestellen neer. De mensen begonnen te juichen 'Lang leve Rusland!"', vertelde een getuige.

6. Overwinning van Franco

Lange tijd schoof de frontlijn heen en weer. In de lente van 1937 behaalden de republikeinen nog belangrijke overwinningen, zoals bij Guadalajara. Een nieuw nationalistisch offensief tegen Madrid werd afgeslagen en de toestand rondom de hoofdstad bleef nog twee jaar onbeslist. De nationalistische troepen veroverden echter geleidelijk meer terrein. In juni 1937 viel Bilbao in handen van de nationalisten; in de herfst was geheel Noord-Spanje in hun handen. In het volgende jaar werd er onder meer hevig slag geleverd om Ibruel, Aragon. De republikeinen konden Ibruel innemen en zo het geplande nationalistische offensief tegen Madrid verhinderen. Duitsland en Italië vergrootten na de slag om Teruel hun wapenleveringen aan Franco. De nationalisten heroverden de stad.

Franco
(Franco in gezelschap van kerkelijke hoogwaardigbeidsbekleders. Het gezelscbap brengt de falangistengroet na een herdenkingsdienst voor José Antonio Primo de Rivera.)

In mei 1938 deed Negrin een poging om vredesonderhandelingen te starten, maar Franco bleef de onvoorwaardelijke overgave eisen. Nadat de republikeinen een grootscheepse slag aan de Ebro verloren, openden de nationalisten het offensief in Catalonië. In januari 1939 viel Madrid. Er kwam een massale vluchtelingenstroom naar de Franse grens op gang.

Op 1 april, toen de republikeinse troepen in Estramadura, Andalusië en de Levante hadden gecapituleerd, proclameerde Franco dat de oorlog was afgelopen. De Verenigde Staten erkenden onmiddellijk het bewind van de 'caudillo'. De repressie na de overwinning was hard: er vielen naar schatting 150.000 tot 200.000 slachtoffers. Tijdens Franco's dictatuur, die tot 1975 duurde, kwamen schendingen van de mensenrechten geregeld voor.

Naar boven







Info lesmap

In deze lesmap over de Spaanse burgeroorlog gaat Pienternet in op het verloop, de propaganda en bekende ooggetuigen.

Zoeken

Deel deze lesmap


Share