Over ons Blog Contact
Het Joodse vraagstuk
Inhoud

1. Het ghetto
1. 1.Waar komt het woord vandaan?
1. 2. In Antwerpen

2. De lange diaspora
2. 1. Van west naar oost
2. 2. De joodse wereld
2. 3. Pogroms

3. Antisemitisme
3. 1. Antisemieten
3. 2. Wie is jood?
3. 3. Zur Judenfrage

4. Het zionisme en de sociaal-democratie
4. 1. Tot aan de Eerste Wereldoorlog
4. 2. Na de Eerste Wereldoorlog

5. Tussen de twee oorlogen in Belgie
5. 1. De Antwerpse cultuur
5. 2. De joodse cultuur
5. 3. Joodse verenigingen en strekkingen
5. 4. Scholen
5. 5. Cultuur

6. Antisemitisme in Belgie en Nederland

7. Anti-semitisme in Antwerpen

8. Bij het begin van de oorlog

9. Opgang en ondergang van het Derde Rijk
9. 1. 1941
9. 2. Nacht und Nebel

10. De Holocaust in Belgie
10. 1. Verdeel en heers
10. 2. Jij bent beter dan hij!
10. 3. Help ons!
10. 4. Naar de Dossin-Kazerne

1. Het ghetto

Spanje geeft het goede voorbeeld In 1438 beslist de Spaanse Cortes dat zowel joden als mohammedanen (Moren) in elke stad en in elk dorp van het koninkrijk afgezonderd van de christenen moeten wonen. In 1492 vaart Christoffel Colombus naar Amerika. In 1492 veroveren de verenigde legers van Castili en Aragon definitief het laatste Moorse bruggenhoofd op Spaanse bodem. In 1492 maken ze de wet van 1438 t.o.v. de Joden nog veel strenger.De joden moeten in elke stad en in elk dorp van het koninkrijk afgezonderd van de christenen wonen.

Dat gebruik hebben ze vanaf de zestiende eeuw in heel Europa ingesteld. De wijken die ze voor de joden voorbehouden? Gewoonlijk de ongezondste wijken van de stad, le Marais in Parijs b.v.. Als de bevolking groeit, komt er heel vlug een ongelooflijke overbevolking. Daardoor ontstaan dan weer epidemies, branden en andere plagen. In de oude joodse wijk van Praag mogen ze ook het kerkhof niet uitbreiden. Daardoor ontstaat een merkwaardig oerwoud van grafstenen die ze opeen stapelen. Nu een toeristische attractie. In tegenstelling tot de steden -de autonome joodse steden en dorpen- in het Koninkrijk Polen, zijn die ghettos geen normale woonwijken. Eerder plaatsen waar ze de joden verbannen. De toestemming om zich buiten het ghetto te vestigen, is een van de eerste zichtbare tekens dat de joden emanciperen tijdens de Verlichting.

1. 1.Waar komt het woord vandaan?

Waar het woord ghetto vandaan komt? We zijn niet zeker over de juiste oorsprong.De Oxford English Dictionary gokt op een afkorting van het Italiaanse woord borghetto, een verkleinwoord van borgo, wijk. Al vanaf de tiende eeuw hebben ze in Italie (Salerno, Bari) een speciale wijk gehad. Daar moeten de joden verplicht wonen.

De joodse historicus Abraham Leon Sachar (A History of tbe Jews, 1930) geeft deze verklaring:

De oorsprong van de term is duister. Sommige geleerden geloven dat hij is afgeleid van het woord gietto, of kanonnengieterij. Het oudste ghetto, dat van Veneti', hebben ze opgericht in de buurt van een kanonnengieterij.

Anderen geloven dat het gaat om een verbastering van Judaca, de naam van de wijk die ze aan de joden toewezen.

Weer anderen beweren dat het de uitbreiding is van het talmoedische woord get, dat afzondering betekent.

1. 2. In Antwerpen

In Antwerpen kunnen we moeilijk van een ghetto spreken. In de loop van de eeuwen zijn joodse gebedshuizen en woningen zowat overal over de stad verspreid, van de Paardenmarkt tot de Grote Pieter Potstraat, van Borgerhout tot de straten om het stadspark. Vandaag zijn de meeste gebedshuizen en centra gevestigd in de Diamantwijk, maar ze zijn er van de Marialei tot voorbij de Provinciestraat. Het joodse religieuze leven omvat een totaalcultuur van zowel opvoeding, eredienst als eetgewoonten. Het is normaal dat ze al die diensten min of meer in dezelfde buurt concentreren.

Naar boven

2. De lange diaspora

2. 1. Van west naar oost

De Romeinen zetten de diaspora 16 van de joden ingang. Het joodse volk heeft een eigen geschiedenis nadat de Romeinen ze verdrijven uit Palestina in de eerste en tweede eeuw. In de Middeleeuwen is het anti-semitisme algemeen in Europa. In het zog van het enthousiasme voor de kruistochten neemt het antisemitisme in West-Europa moordende vormen aan. Bij de Kruistochten (vooral de eerste17 van 1096-1099) moorden ze ook joodse gemeenschappen uit. Over de Ashkenazim uit de Brabantse middeleeuwen weten we vooral dat de joden na 1370 uit het stadsleven verdwenen zijn omdat ze ze verbannen en terechtstellen. De Spaans-Portugese Marrano´s van de zestiende eeuw zijn een belangrijke minderheid binnen de Antwerpse bevolking. Ook zij worden door hun omgeving uitgestoten en tot een bijna onzichtbare restgroep gereduceerd, ondanks pogingen van een paar verlichte en economisch pragmatische lokale magistraten. Ook de Inquisitie jaagt de joden naar het oosten.

2. 2. De joodse wereld

De joodse gemeenschappen vinden eeuwenlang hun toevlucht in het middeleeuwse koninkrijk Polen. Dat betekent niet meteen hetzelfde als: bij de Poolse bevolking. Door de steun van de koning en de hogere adel (en ook dat weer niet uit loutere naastenliefde) kan de joodse gemeenschap zich in Polen en later in grote delen van Oost-Europa ontwikkelen in relatieve rust en autonomie. De joodse gemeenschap leeft in een wereld met gemeenschappelijke talen. Zowel het liturgische, bijbelse Hebreeuws als het Aramees behoren tot het programma van de joodse opleiding. Ook de taal of de talen van de niet-joodse omgeving. Ze hebben een eigen plaats op de sociale ladder, voor een deel een eigen juridisch systeem (de rabbijnse tribunalen), eigen scholen. Wat ze vooral hebben? Een heel eigen religieuse traditie die teruggaat ... tot het begin van de schepping. Een paar eeuwen lang is die ballingschap relatief draaglijk, als we ze vergelijken met wat vroeger en later plaatsvindt. Er zijn de tragedies in de vroege Middeleeuwen. Er zijn de latere uitingen van antisemitisme en jodenhaat in Oost-Europa vanaf het midden van de zeventiende eeuw.

2. 3. Pogroms

Pogrom is Russisch voor de georganiseerde overvallen op joodse dorpen en wijken waarbij ze de joden vervolgen en vermoorden tussen 1881 en 1921. Door de pogroms, de pesterijen en de economische problemen emigreert een groot deel van de Oost-Europese joden vanaf het einde van de negentiende eeuw naar Amerika. Ook daar was (en is) er nog wel antisemitisme. Het grootste probleem voor de joodse gemeenschap? De eigen joodse identiteit bewaren in een wereld die van de ideologie van de assimilatie een geloofsartikel heeft gemaakt. Veel joden stranden in West-Europa, vooral in Antwerpen en in Amsterdam. De Antwerpse joden vandaag zijn het resultaat van de vierde vestiging (na de massale derde immigratiegolf uit Oost-Europa tussen 1880 en 1939).

Naar boven

3. Antisemitisme

3. 1. Antisemieten

Het joodse vraagstuk komt als begrip in omloop halverwege de negentiende eeuw. Het hangt samen met de politieke en sociale emancipatie van de joden. Het joodse vraagstuk roept gemengde gevoelens op. Het impliceert dat de joden een probleem zouden vormen. Antisemieten gebruiken de term van begin af aan te pas en te onpas. Voor 1940 heeft het joodse vraagstuk niet per definitie een bijklank die antisemitisch is. Het is een verzamelterm voor een complex van vraagstukken rond het jodendom. Zowel joden als niet-joden gebruiken die term. De kern? Joden bestaan als een onderscheiden groep temidden van andere volken. Vormen ze een geloofsgemeenschap? Een ras of een volk, een kaste of een natie? Was in dat laatste geval de wens van een eigen joodse staat billijk? Waarom is er antisemitisme? Waarom zou dat verdwijnen als een eigen staat bestaat? Of moeten de joden onherkenbaar in het gastvolk opgaan, zich helemaal assimileren?

3. 2. Wie is jood?

De joodse gemeenschappen in de overwegend niet-joodse diaspora hebben vanaf het begin aanleiding gegeven tot allerlei discriminaties. Soms positieve discriminatie, zoals lange tijd in het middeleeuwse koninkrijk Polen. Meestal subtiele tot brutale uitingen van antisemitisme. Van op zich onschuldige jodenmoppen tot de geplande en grotendeels ook systematisch uitgevoerde uitmoording. Het probleem begint al bij de definitie: wie is jood? Voor godsdiensten als het christendom en de islam die bekeren, ligt dat eenvoudig. Als je je bewust tot die godsdienst bekent en volgens haar voorschriften leeft, beschouwen ze je als volwaardig lid van de christelijke of mohammedaanse gemeenschap. Maar wat te zeggen van de katholieke aartsbisschop van Parijs, kardinaal Lustiger, of van de karmelietes Edith Stein? Voor veel orthodoxe joden zijn die mensen afvalligen, die door hun bekering tot het christendom hun recht op jood-zijn hebben opgegeven. Ook al hebben de nazi´s zuster Edith Stein in Auschwitz als jodin vergast. Is een militant atheist als Sigmund Freud, de auteur van een anti-godsdienstig boek als Mozes en het Monotheisme, nog een jood. Of een materialist als Karl Marx? Een christen kan uit de kerk treden en daardoor alle banden met zijn gemeenschap verbreken. Kunnen marxistische joden als Ernest Mandel en Marcel Liebman hetzelfde doen? De meerderheid van de joden die we uit de moderne cultuur kennen (Einstein, Ernst Bloch, Trotsky, Woody Allen en Bob Dylan) leefden duidelijk niet volgens hun godsdienstige traditie. Toch zullen zowel joodse als niet-joodse auteurs ze toch tot de joodse gemeenschap rekenen.

3. 3. Zur Judenfrage

Antisemitisme leeft in bredere kring in de socialistische beweging van de negentiende eeuw, vooral in Frankrijk en Duitsland. Het verbindt zich met de anti-kapitalistische en anti-godsdienstige drijfveren van het socialisme. Het richt zich tegen het Finanzjudentum en tegen de joden in religieuse tradities gevangen. Rond 1900 ziet de internationale socialistische beweging de oplossing voor het joodse vraagstuk: assimileren. Marx heeft daar de toon voor gezet met zijn beruchte Zur Judenfrage (1844). Daarin noemt hij de joden een bijprodukt van de kapitalistische maatschappij.

Ze kenmerken zich door geldzucht, egoisme en een sjacheraars-instinct.

In een maatschappij die van het kapitalisme is bevrijd, hebben de joden geen bestaansgrond meer: Die gesellschaftliche Emanzipation des Juden ist die Emanzipation von der Gesellschaft vom Judentum.

Tot op de dag van vandaag vliegen historici elkaar naar de keel over Marx zijn antisemitische trekken. Die komen vooral ook in zijn prive-correspondentie aan het licht. Lijdt Marx aan joodse zelfhaat? Zijn wens om de joden te zien verdwijnen had natuurlijk niets te maken met volkerenmoord. Maar hij geeft Hitler een lepel joodse pap in de Duitse mond.

Het Ghetto van Herman

De westerse, geassimileerde jood verbaast zich voortdurend over de joden van Oost-Europa: Hun bestaan in de jodencentra van Krakau en Wilna kunnen ze ook te midden van de Westerse beschaving niet afleggen.

De afkeer van de westerse, geassimileerde jood tegen de jood uit het ghetto is het duidelijkst terug te vinden bij de schrijver en sociaal-democraat Herman Heijermans. In Het Ghetto (1898) schetst Heijermans een stuitend beeld van een blinde voddenwinkelier Sachel. Die verstoot zijn zoon Rafael omdat die een christenmeisje wil huwen. Heijermans krijgt de nodige kritiek om de manier waarop hij een vuil, geldzuchtig en bedompt joods milieu schildert. Vooral op het slot is heel veel kritiek: drie joden vermoorden het onschuldige christenmeisje. Heijermans schrijft een tweede versie. Daarin nagelt hij ook het katholicisme van het christenmeisje aan de schandpaal. Het slot is wat rustiger. Maar het stuk brengt de gemoederen nog altijd in beweging. In Berlijn voeren ze Het Ghetto in Duitse vertaling eind 1905 op, Een publiek -dat voor 98 % uit joden bestaat- scheldt de auteur hartgrondig uit. Heijermans geeft in een voorwoord bij een latere uitgave toe dat hij de joden al te zwart heeft gemaakt en biedt hun zijn excuus aan. Hij benadrukt dat de strekking van het stuk de emancipatie is. De zoon Rafael ziet het Licht en werpt zijn jodendom af. Ook een benepen calvinistisch of roomskatholiek milieu zou Heijermans zo aan de kaak hebben gesteld als hij hier het joodse deed. De schrijver is zich niet bewust geweest dat ze zijn stuk als antisemitisch kunnen uitleggen. Een naiviteit die later ondenkbaar zou zijn.

Naar boven

4. Het zionisme en de sociaal-democratie

4. 1. Tot aan de Eerste Wereldoorlog

Tot aan de Eerste Wereldoorlog hebben de socialistische partijen in West-Europa een eenvoudige oplossing voor het joodse vraagstuk: De joden moeten zich helemaal assimileren.

Dat is het officiele standpunt van de internationale sociaal-democratie.

Tot in de Eerste Wereldoorlog beschouwen de socialisten het zionisme als een burgerlijke, reactionaire, nationalistische beweging. De nationale aspiraties van de zionisten zijn onverenigbaar met het internationalisme van de sociaal-democraten.

In de Eerste Wereldoorlog kan de sociaal-democratie er niet langer omheen: er bestaan nationale sentimenten. Het besef rijpt dat ook de joden daar recht op hebben. Er ontstaat begrip en sympathie voor het zionistische streven. Het overgrote deel van de joden in de socialistische partijen is zelf geassimileerd. Vertegenwoordigers van die groep geven nogal ongeremd uiting aan hun weerzin tegen de joden uit de ghetto´s met hun spreekwoordelijke mentaliteit.

4. 2. Na de Eerste Wereldoorlog

In 1918 zegt de socialistisch-zionistische leider Salomon Kaplansky: De socialisten, zijn de onterfden van alle volkeren. Zij zijn de natuurlijke bondgenoten van het joodse volk dat eeuwenlang onterfd is.

In 1919 neemt de internationale sociaal-democratie Poale Zion in haar organisatie op en zet het recht op een nationaal tehuis voor het joodse volk op haar program. Voordien had ze dat geweigerd. De joden concentreren zich van oudsher in de handels- en vrije beroepen. In lijn met de marxistische opvatting moeten de joden eerst proletariseren. Dan kan de klassenstrijd zich voltrekken,Daarna kunnen ze het socialisme vestigen. Palestina is voor dat proces nu juist geknipt, meent Poale Zion, daar moeten de kolonisten wel arbeiders, boeren, boerenarbeiders enzovoort worden om de maatschappij op poten te zetten.

Naar boven

5. Tussen de twee oorlogen in Belgie

5. 1. De Antwerpse cultuur

In de Antwerpse cultuur behoort het woord joden tot het alledaagse taalgebruik. De Antwerpenaren hebben het over jodenstreken en jodenbedrog, jodenfooi en jodenlijm. De gewone taalgebruiker krijgt al van jongs af een beeld van vuile joden mee. Dat beinvloedt zijn houding tegenover die minderheid. In de katholieke lagere school vertellen ze de verhalen over de martelaren voor het christelijk geloof. Vrijzinnigen vertellen martelverhalen van de eerste vrijdenkers tijdens de inquisitie. Mensen die de kampen hebben meegemaakt vertellen daar over. Zo heeft elke beweging zijn helden nodig.

De joden ook.

Het verschil zit in de intensiteit waarmee die nagedachtenis deel is van het alledaagse leven van de leden van de groep. De christelijke martelaren of de vermoorde verzetslieden zijn niet permanent in het bewustzijn van hun geestesgenoten. In de joodse gemeenschap is dat wel het geval. Dat maakt een dieper geestelijk contact tussen joden en niet-joden moeilijk. De niet-jood behoort onvermijdelijk tot een groep die ooit in de geschiedenis of ergens in de wereld joden heeft vervolgd. Hoe ruimdenkend, democratisch en tolerant die niet-jood zelf ook moge zijn.

5. 2. De joodse cultuur

Jom Kippoer is het feest, waarop ze in de oude tijden de zondebok met alle zonden van Israel belaadden en in de woestijn sturen als zoenoffer voor het voorbije jaar. De dag eindigt met alle joodse martelaren te herdenken, van het begin van de geschiedenis tot vandaag. Ze hebben het religieuse en nationale bewustzijn laten voortbestaan. Op Jom Kippoer ligt de nadruk ook op het lijden van de joden in de geschiedenis. Vijf dagen na Jom Kippoer viert de joodse gemeenschap het Loofhuttenfeest of Soekoth. Het feest duurt zeven dagen. Die hele tijd wonen de joden niet in de huiskamer, maar in de Soeka (loofhut). In warmere streken is dat letterlijk een ruimte onder een afdak van riet of dennenloof waar de hele familie woont, eet, bidt en slaapt. Ook in het koude en regenachtige Antwerpen houden ze nog zoveel mogelijk aan de traditie vast. Dat gebruik symboliseert de tocht van veertig jaar door de woestijn na de uittocht uit Egypte: Wij zijn nog altijd op weg naar het beloofde land, maar intussen kunnen we door de openingen in het dak heen voortdurend de hemel zien en zijn we dus voortdurend in contact met God.

De niet-joden zien in die week de joden naar de synagogen en gebedshuizen gaan met lange palmtakken in hun hand. Die loelav -palmtakken- bestaan uit vier plantensoorten: palm, mirte, wilg en een ethrog (een citroenachtige vrucht). Die hebben elk een betekenis. De combinatie van eetbare en niet-eetbare geurige en niet-geurige planten duidt de hele oogst aan, die God elk jaar aan de mensen schenkt. In de synagoog is er elke dag een processie met palmtakken rond de Thorarollen. Ze zingen het Hosannah ter ere van de Thora aan God. De morele en sociale betekenis van dat Loofhuttenfeest zit in de herinnering aan de lange tocht door de woestijn en de dankbaarheid voor de geslaagde oogst. Ze zit vooral in de verzameling spreuken, die je krijgt om te overwegen voor het jaar dat komt, b.v

Wie veel van geld houdt, krijgt er nooit genoeg van.

De arbeider slaapt lekker, maar de rijke kan door zijn overvloed niet rustig slapen.

Een goede naam is beter dan goede olie.

De wijsheid geeft meer aandacht aan de wijze dan tien heersers samen bezitten.

De woorden van de wijzen, zacht en bedaard uitgesproken, hoor je beter dan het geschreeuw van een dwaze heerser.

5. 3. Joodse verenigingen en strekkingen

In 1940 zijn er 22 verenigingen voor volwassenen en 19 voor de jeugd, zes beroepsverenigingen en drie sportclubs. Naast alle schakeringen van het Zionisme zijn er ook afdelingen bij van de socialistische Bund, een Jiddischer Handwerkersverein, een vereniging van joodse venters en kruideniers en zelfs een Jiddischer Arbeitersportklub. Zowel politiek als sociaal zijn de arbeidersklasse en de kleine middenstand dus duidelijk vertegenwoordigd. De joden zijn aanwezig in socialistische, communistische en trotskistische kringen. Net als in Duitsland geeft die verscheidenheid van opinies en organisaties ook hier aanleiding tot de mythe dat de joden erop uit zijn onze maatschappij te ondergraven, hetzij als plutocraten en bankiers, hetzij als beroepsrevolutionairen en subversieven. In werkelijkheid weerspiegelt het joodse politieke leven voor de oorlog hoe politiek verdeeld de rest van de bevolking is. De socialistische niet-zionistische Bund vindt dat de joden moeten streven naar een socialistische maatschappij in Europa, en dus moeten deelnemen aan de algemene klassenstrijd. Bij de Antwerpse joden is er nogal wat oppositie tegen het zionisme. Dat komt uit verschillende richtingen: vanuit de orthodoxe Agadut Israel, de socialistische joodse partij van de Bund en het heel linkse, communistisch geinspireerde Prokor. Er komt meer immigratie. Daardoor groeit ook de behoefte aan een netwerk van caritatieve instellingen en sociale organisaties. Uit een verscheidenheid van weeshuizen, ziekenhuizen, goedkope restaurants, instellingen voor armenzorg en Arbeitsheim (plaatsen waar ze mensen te werk stellen) ontstaat in 1920 de ACJL, de Algemene Centrale voor de Joodse Liefdadigheid met vijftien afdelingen. Door de toevloed van vluchtelingen na 1933 hebben ze een speciale organisatie voor hun opvang opgericht, het ACJV, het Antwerps Comit voor de Joodse Vluchtelingen.

5. 4. Scholen

De geschiedenis van de joodse scholen in Antwerpen loopt parallel met die van de verhouding tussen de openbare en de vrije scholen. Alle lagere scholen staan open voor de joodse kinderen. Toch probeert de joodse gemeenschap subsidies te krijgen voor haar eigen vrije scholen. Uit de correspondentie tussen het rijk, de provincie en de stad Antwerpen blijkt dat dat niet zonder de onvermijdelijke administratieve rompslomp is gegaan.

In 1843 zijn er vijf lagere joodse scholen in Belgie: in Aarlen en Antwerpen, Brussel, Gent en Luik. In 1912 komt de eerste middelbare school met als voertaal het Duits. In de Tachkemoni-jongensschool geven ze vanaf 1920 het onderricht in de godsdienst helemaal in het Hebreeuws. In de school van het Handwerkersverein willen ze de Jiddische cultuur behouden en

verdiepen. Daarnaast ontstaan orthodox-religieuze scholen die beantwoorden aan de verwachtingen van de religieuze subgroepen. Toch bezoeken voor 1940 de meeste joodse kinderen de openbare scholen, een situatie die na 1945 helemaal zal veranderen.

5. 5. Cultuur

Het bredere culturele leven omvat onder meer regelmatige voordrachten door bekende buitenlandse sprekers, waaronder de Jiddische auteur Sholem Aleichem, Professor Weizmann en de latere tweede president van Israel, Ben Zwi. Er zijn vijf actieve joodse toneelverenigingen. Joodse theatergroepen uit Luik, Moskou, New York en Polen geven regelmatig gastprogrammas. Behalve de grote cantores uit de synagogen vinden we bekende namen uit het muziekleven in de Opera en het concertleven: de pianist Alex De Vries en de orkestleider en componist Daniel Sternefeld.

Het culturele leven beperkt zich niet tot de Kunst, maar heeft ook haar vertegenwoordigers in de Vlaamse emancipatiestrijd met joodse flaminganten als Maarten Rudelsheim en Nico Gunzburg, Jozef en Moses Friedman, Maurits Polak en Louis Franck.

De meeste immigranten spreken Jiddisch en Hebreeuws en vooral Frans. De inspanningen om de joodse gemeenschap te vernederlandsen dateren al van na de Eerste wereldoorlog. Vandaar dat je het anti-semitisme, dat onder meer in Vlaams-nationalistische kringen de kop opsteekt, niet kunt reduceren tot een reflex van afkeer tegen de burgerij in Vlaanderen die Frans spreekt. De meeste Antwerpse joden behoren niet tot die burgerij. Ze zijn arm en ze spreken geen Frans. Er zijn onder de Vlaamse en geimmigreerde joden genoeg sympatisanten van de Vlaamse zaak, zoals b.v. ... Albert Einstein. Albert verblijft een tijd als balling in Belgie.

Naar boven

6. Antisemitisme in Belgie en Nederland

Tussen de twee oorlogen in Nederland

De internationale socialistisch-zionistische beweging van Poale Zion heeft tot die ommekeer bijgedragen door een uitgebreide lobby. Ook de agitatie tegen het Duitse antisemitisme leidt tot meer sympathie voor het zionistische streven. Eind jaren dertig verschijnen in het Nederlandse Vrijheid, Arbeid, Brood zelfs foto´s van geluk uitstralende agrariers in Palestina. De Nederlandse partijleider Troelstra is in 1937 tijdens internationale vredesbesprekingen tussen socialisten in Stockholm sterk onder de indruk van Poale Zion geraakt. Troelstra schrijft:

a. De Sociaaldemocratie wilde tot aan de tegenwoordige oorlog met het oog op de klassenstrijd, de betekenis van nationale vraagstukken niet erkennen. Dat was struisvogelpolitiek. De socialistische wereld ziet de dingen tegenwoordig in een heel ander licht.

b. De Nederlandse SDAP bestrijdt het Duitse antisemitisme. Wel wil de SDAP geen partij vol joden zijn. Ze vreest dat dat in de publieke opinie verkeerd zou uitpakken. Daarom tempert het partijbestuur joodse publicisten in hun uitlatingen over joodse aangelegenheden.

Het Duitse antisemitisme, partijen en vakbonden

De linkse partijen en de vakbonden in Belgie en Nederland voeren actie tegen het nationaal-socialisme en het Duitse antisemitisme. Ze volgen alert de gebeurtenissen in Hitler-Duitsland en verheffen geregeld hun stem tegen de jodenvervolgingen. In Nederland hebben de linksen felle kritiek op het toelatingsbeleid ten aanzien van politieke Duitse en / of joodse vluchtelingen. Dat beleid laat maar met mondjesmaat toe. Op de Kristalnacht reageert Nederland door extra politiemensen naar de grensbewaking te sturen. En Belgie? Zoals altijd: laissez faire, laissez passer. En de joden stromen binnen.

In Nederland

In 1930 woonden in Amsterdam 65 500 joden, in Rotterdam 10 000, in Den Haag 10 000, in Groningen 2 500, in Utrecht 1 000. Er zij 26 gemeenten met 200-1 000 joden, 50 met 50-200, 125 met 10-50 en 200 gemeenten met minder dan 10 joden. Sociaal-democratische kamerleden in Nederland interpelleren daar over en bepleiten een soepeler beleid. Medio mei 1933 richten SDAP en NVV het Comite voor Politiek Duitse Vluchtelingen op als antwoord op de stroom vluchtelingen. Voor opvang en hulp in Nederland komen mensen in aanmerking van enige politieke betekenis en mensen waarvan het leven naar het oordeel van het Comite gevaar loopt. De overigen, de meesten, krijgen een treinkaartje retour Duitsland en het advies zich daar opnieuw te vestigen, ver van hun oorspronkelijke woonplaats. In mei 1933 komt het Boycotbureau Duitsche Waren tot stand, een initiatief dat ook de socialisten in Belgie navolgen. Een Amsterdams partijlid klaagde in maart 1933:

Terwijl in Duitschland het bestaansrecht van de sociaal-democraten verdwenen is en de joden er in heel gevaarlyke omstandigheden verkeeren, weten onze kranten niets beters te doen, dan reizen langs den Rijn in de komende zomermaanden te publiceeren.

In de talloze brochures over het nationaal-socialisme werd soms het antisemitisme als afgeleide daarvan behandeld. Hier en daar klinkt een, achteraf gezien, verrassend juist inzicht in het lot van de joden. In juli 1933 al schrijft Daan van de Zee in een uitgave van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling:

Het Duitsche Nationaal-Socialisme wil de Joden totaal uitroeien. Geen Jood in Duitschland behoeft dan ook te hopen, dat ze hem zullen ontzien.

Ook de religieus-socialist dr. W. Banning onderkent al vroeg het belang van het antisemitisme in de nationaal-socialistische ideologie. De uiterste consequentie ervan? Alle joden "uitschakelen". Beschouwingen over het antisemitisme als wereldwijd maatschappelijk verschijnsel kun je in de partijpers op de vingers van een hand tellen.

In Belgie

Antisemitisme vind je in Belgisch-nationalistische kringen, in het Nationaal Legioen of in het grotendeels Brussels-Waalse Rex. Zij propageren ideeen en actievormen uit het Duitse fascisme geimporteerd. Veel Vlaamse Nieuwe Orde-bewegingen laten zich vooral inspireren door het Italiaanse fascisme. Dat is niet uitgesproken antisemitisch. Het Duits-Oostenrijkse nationaal-socialisme is anti-christelijk. Ook binnen het Vlaams-nationalistische kamp liggen de kaarten niet zo eenvoudig. Na de machtsovername door Hitler zijn er zeven jaar vergaderingen in Antwerpen. Daar spreekt burgemeester Huysmans, sprekers van de katholieke en liberale partijen en van de joodse verenigingen, ook VNV-gemeenteraadsleden die de jodenvervolging in Duitsland en het racisme bij ons veroordelen.

Naar boven

7. Anti-semitisme in Antwerpen

De links-rechts-polarisatie in de tweede helft van de jaren 1930 maakt een eind aan die gematigdheid. Vanaf 1936 verschijnen er kranten die uitgesproken antisemitisch zijn: De Bezem, Burgerstrijd en Stormloop. Ze richten comites op als Volksverweer van de advocaat Lambrechts. Het beperkt zich niet tot kleine marginale racistische groepjes als het Anti-joods Front en individuele acties. In die jaren verspreiden leden en afdelingen van onder meer Verdinaso en het Vlaamsch Nationaal Verbond het anti-semitisme zonder dat de leiding afstand neemt van die publicaties en acties. In 1938 doet zich in Antwerpen een incident voor. De Antwerpse jood Lowenstein zou een concert dirigeren waaraan de befaamde Duitse pianist Wilhelm Backhaus zijn medewerking zou verlenen.

Op het laatste ogenblik verbiedt het Duitse consulaat Backhaus samen met de niet-ari Lowenstein te musiceren. Door toedoen van burgemeester Camille Huysmans en onder bescherming van een sterke politiemacht kan het concert dan uiteindelijk toch plaatsvinden, zonder Backhaus en met een gewijzigd programma. In mei 1939 sluit de Vaamse Balie haar joodse leden uit. In de marge van de Guldensporenvieringen van 1937 trekken radicale heethoofden naar joodse straten om er de ruiten van huizen en synagogen in te gooien. De Antwerpse joden weten beter dan anderen wat er zich op dat moment in Duitsland afspeelt. Het lijkt ze of die storm naar Belgie is overgewaaid. Ze organiseren joodse en gemengde verdedigingscomitees zoals het Katholiek Bureau voor Israel (1936) en het Veva, het Verbond voor Economisch Verweer Antwerpen. Het Katholiek Bureau probeert door publicaties en voordrachten over de "joods-christelijke traditie" de vooroordelen en verkeerde voorstellingen binnen de christelijke gemeenschap tegen te gaan. Al in 1938 verdwijnt het Bureau op advies van het Belgisch episcopaat. Het Veva roept vanuit progressieve hoek op tot een boycot van producten uit het Duitse Rijk. Het waarschuwt de bevolking voor de gevolgen van het klimaat van intolerantie en racisme. Al in 1933 verspreiden ze een affiche, die op een pijnlijke manier doet denken aan het bekende gedicht van de tijdens de oorlog geinterneerde Dominee Martin Niemoller:

Wat willen ze?
Eerste fase: tegen de joden!
Tweede fase: tegen de marxisten!
Derde fase: tegen de katholieken!
Vierde fase: tegen al de anderen!
Zwijgen!
of
Het concentratiekamp!

Die waarschuwing voelen ze als overdreven aan, zelfs in de meer gevestigde joodse kringen. Ze hopen dat het regime van Hitler van korte duur zal zijn. Nog in 1939, na de invasie van Polen, zijn veel joden ervan overtuigd dat de oorlog zich tot Oost-Europa zal beperken. Zijn Belgie en Nederland niet beschut door de verklaringen van neutraliteit en de Duitse belofte van respect voor de soevereiniteit? Langzaam dringen geruchten door over de concentratiekampen in het Oosten. Maar van de onmenselijke gruwelen die er zich afspelen, weet niemand het fijne.

Naar boven

8. Bij het begin van de oorlog

Toch hoeft geen enkele sociaal-democraat zich bij het begin van de oorlog illusies maken over Hitler zijn bedoelingen met de joden. Op het minder concrete, meer beschouwende niveau is er weinig aandacht voor het antisemitisme. Aan eigentijdse problemen als nationaal-socialisme, communisme, crisis en werkloosheid besteden ze tal van analyserende artikelen en brochures. Het antisemitisme neemt een wat onderkomen positie in. De weinige beschouwingen die er zijn, komen van figuren buiten de partij. Ze zijn warrig en geschreven vanuit uitgangspunten die helemaal verschillend zijn. Het is niet verwonderlijk dat het partijklimaat weinig vruchtbaar is om te analyseren, want zoals we al zagen werden publikaties over het antisemitisme, in wat voor zin dan ook, bepaald niet aangemoedigd. Daarbij komt dat maar weinigen oog hadden voor de historische kracht van het antisemitisme.

De tweede wereldoorlog

Naar boven

9. Opgang en ondergang van het Derde Rijk

Lebensraum

De oppervlakte die het Duitse ras volgens Hitler nodig had om zich uit te leven.

Deporteren en uitroeien

Als de Duitsers Polen veroveren, krijgen ze er nog eens twee miljoen joden bij. Een deel van de Poolse joden verzamelen ze in het ghetto van Warschau. Na de nederlaag van Frankrijk in de zomer van 1940 lanceren de Duitsers het plan Madagascar. Naar dat eiland zullen ze miljoenen joden vervoeren onder Duits beheer. Maar dat plan geven ze op: de oorlog met Engeland krijgt voorrang.

9. 1. 1941

1941. Duitsland begint de oorlog tegen de Sowjetunie. Die oorlog begint Hitler om twee redenen: Lebensraum veroveren en de Slaven en joden uitroeien. Hitler koppelt bolsjewisme aan judaisme. Het is een totale oorlog, een oorlog van ras tegen ras. Door de Duitse opmars vallen miljoenen joden in Oost-Europa in hun handen. 1941. Hitler neemt drie grote maatregelen.

a. De Einsatzgruppen aan het Oostfront. Dat zijn interventiegroepen die ze in de lente 1941 in het leven roepen onder de SS. Zij zijn actief in de USSR. Hun taak? Joden, zigeuners en Slaven kapot maken. Ter plekke moeten ze joden fusilleren (mannen, vrouwen, kinderen). Op enkele maanden schieten ze er een paar honderdduizend dood. Van juni 1941 tot januari 1942 maken ze er 750 000 kapot. Vooral door massa-executies.

b. De Endlosung, de eindoplossing voor het probleem van de joden, we liquideren ze. Hitler neemt dat besluit in september 1941 samen met Goering, Himmler en Heydrich. Op 20 januari zitten ze de Confenretie van de Wannsee voor. Daar vertalen Heydrich en Eichmann het besluit in de praktijk. De Eindoplossing werkt industrieel en methodisch.

c. Uitroeiingskampen oprichten. Chelmno werkt al in december 1941, met gas. Vanaf 1942 organiseren ze de industrie van de dood. Gas: koolmonoxide -maar dat werkt te traag- en dan Zyklon B -een heel giftige insecticide-. Dat laatste is de oplossing: het is vlug, efficient. Je kunt het makkelijk toedienen in een ... douche. De eerste gevangenen stappen achteloos onder de douche. Daar komt geen water uit, wel gas.

Tussen de lente van 1942 en de herfst van 1943 sterven twee miljoen joden, vooral in Sobibor, Belzec, Treblinka en Auschwitz. Dat is het grootste kamp. Tegelijk concentratiekamp, werkkamp en uitroeiingskamp. Auschwitz haalt de drie miljoen net niet. Ze verkopen er ook zowat 10 000 kg haar (aan 10 fr per kilo) voor zachte natuurmatrassen). Ze produceren er per maand 10 kg goud, van sieraden en van ... tanden.

Het totaal van dat alles: miljoenen mensen, 95 % joden.

9. 2. Nacht und Nebel

Bevel van Hitler op 7 december 1941: Iedereen die misdaden heeft bedreven tegen het Derde Rijk moeten we stilletjes doen verdwijnen, deporteren en doodschieten.

In Duitsland slaat de term op die politieke gevangenen (vijanden van het Reich) die ze zonder proces mogen doodschieten.

Werkkampen

Door de oorlog hebben ze te weinig arbeiders. Ze deporteren mensen naar Duitsland, die ze verplicht tewerkstellen. Ze veranderen -van west naar oost- de concentratiekampen in werkkampen om oorlogswerk te doen. De Arbeitseinsatz van 29 septembre 1941 brengt de kampen binnen de economie van het Reich. Ze komen onder de leiding van de WVHA (het Opperste Economische Bestuur) van de SS. SS-GruppenfYhrer Aswald Pohl (luitenant-generaal), vriend van Himmler en nazi van het eerste uur is er verantwoordelijk voor. Hij moet de dwangarbeid organiseren. Ze selecteren de gedeporteerden in de kampen. Wie nog kan werken, gaat werken. Wie niet kan werken, gaat dood. Dat is de Selection.

1942

Begin 1942 zitten Hitler, Himmler, Goering en Keitel samen aan tafel. Het besluit: alle gevangenen staan in de eerste plaats in dienst van het Duitse leger. Honderden Duitse firma´s zetten gevangenen in. In die firmas komen er Kommandos die toezicht houden op de gevangenen.

Eichmann, Adolf

SS- officier. Op de conferentie van de Wannsee In 1942, krijgt hij de opdracht de Eindoplossing uit te werken. Na de oorlog vlucht hij naar Argentinié. Daar vindt de Israelische Geheime Dienst hem. In 1962 veroordelen ze hem ter dood en stellen hem terecht.

Heydrich, Reinhard

Duitse SS-officier. In 1931-1932 bouwt hij de Sicherheitsdienst uit. Van 1939 leidt hij de R.S H.A. Met Adolf Eichmann moet hij de Endlosung uitvoeren na de conferentie van de Wannsee in 1942. In april 1942 sterft hij door een aanslag.

Het resultaat

Het Internationale Militaire Gerecht van Nurenberg heeft het over 5 700 000 joden die ze hebben uitgeroeid. Daarbij komen 250 000 Tsiganes (zigeuners) en 200 000 mentaal en fysiek gehandicapten. Voor de politieke gevangenen hebben ze geen juiste gegevens gepubliceerd.

Holocaust

Een joods offer waarbij het vuur het slachtoffer helemaal verast. Term gebruikt voor de massamoord van de nazi´s op de joden.

Shoah

Hebreeuws voor catastrofe. Daardoor duiden de joden de Holocaust aan.

Nurenberg

Het Internationaal Tribunaal van de Geallieerden spreekt zich na de capitulatie uit over de oorlogsmisdaden. Het proces duurt van 20 november 1945 tot 30 september 1946. Er zijn 21 beschuldigden. De beschuldiging: oorlogsmisdaden, misdaden tegen de vrede en de mensheid, de oorlog voorbereiden en uitvoeren. Er zijn 12 doodstraffen, 7 veroordelingen tot opsluiting, 3 vrijspraken. Het tribunaal veroordeelt ook de NSDAP., de Gestapo, de SS en de SD.

Naar boven

10. De Holocaust in Belgie

10. 1. Verdeel en heers

De Duitse invasie van mei 1940 brengt de Endlosung ook naar Belgie en naar Antwerpen. Op basis van het werk van Ephram Schmidt, de verzameling documenten van Serge Klarsfeld en Maxim Steinberg, Die Endlosung von der Judenfrage in Belgien en vooral van de studie van Steinberg LÕtoile et le fusil hebben we een goed idee hoe ze de joden in ons land hebben vervolgd.

Vanaf het begin maakt de Duitse bezetter handig gebruik van de verschillen binnen de joodse gemeenschap zelf. Ze vaardigen verschillende wetten en verordeningen uit voor joden die gedoopt en niet-gedoopt zijn. Ze maken een onderscheid tussen joden die al dan niet met een niet-joodse partner zijn gehuwd. Ze maken vooral onderscheid tussen joden van Belgische nationaliteit en vreemde joden (vluchtelingen, recente immigranten). Dat plaatst zowel de katholieke kerk als de vertegenwoordigers van de Belgische administratie voor moeilijke keuzen: moeten ze de relatieve bescherming die hun joden (bekeerlingen, Belgische staatsburgers) genoten in gevaar brengen uit naam van de solidariteit met alle vervolgden? Kunnen ze niet tenminste een deel van de mensen redden? Mogen ze de bezetter zodanig irriteren dat ook niet-joden erdoor bedreigd worden?

10. 2. Jij bent beter dan hij!

Door die verschillende manieren om mensen te behandelen, wekken de Duitsers de indruk dat ze hier maar een selectieve vervolging inzetten. Bij de groepen die niet onmiddellijk of voorlopig minder bedreigd zijn, blijft de hoop leven: Ons zullen ze sparen!. Achteraf weten we dat het de bedoeling was alle joden uit Belgie te deporteren en uit te roeien. Tussen december 1941 en juli 1944 is dat niet zo duidelijk. De Duitse propaganda maakte een merkwaardig en macaber onderscheid. Er zijn serieuze straffen Daarnaast is er naar een concentratiekamp verhuizen. Dat is gewoon een verzamelplaats en een werkkamp. Zo krijg je de indruk dat het beter is je voor dat werkkamp te melden om erger te voorkomen.

10. 3. Help ons!

Uit de documenten van de SS en de Sicherheitsdienst leer je dat de bezetter zich ergert aan de slappe houding van de niet-joodse bevolking die de joden probeert te beschermen. Duizenden joodse kinderen en volwassenen verbergen ze in prive-huizen, kloosters, scholen en weeshuizen. Op 31 januari 1942 zendt SS-Sturmbannfuhrer Ehlers een bericht naar Berlijn. Das Judentum in Belgien is een document van 56 bladzijden. Een merkwaardig getuigenis. Het geeft een kort overzicht van de geschiedenis van de joodse gemeenschap in de Nederlanden, het analyseert de verhoudingen tussen de joden en de twee machtsgroepen, kerk en loge. Ehlers tilt zwaar aan het incident met de St. Louis. Dat schip met joodse vluchtelingen krijgt tenslotte toegang tot Antwerpen. Dat is een slecht voorbeeld voor Frankrijk, Engeland en Holland die nu ook meer vluchtelingen opnemen.

Verder noteert Ehlers: Je moet in Belgie voorzichtig te werk gaan, als je niet de meerderheid van de bevolking tegen je wil krijgen.

Ehlers overdrijft de jodenvriendelijkheid van de Belgische bevolking om de trage gang van zaken in zijn departement te verontschuldigen. Toch is het een bijzonder vleiende getuigenis uit onverwachte hoek.

Een concreet voorbeeld? De aarzeling om de gele jodenster in Belgie verplicht te maken. Daarmee wachten ze tot 15 maart 1942. Ze zijn bang voor een beweging van medelijden die onder de bevolking zou kunnen ontstaan.

Vanaf 15 maart 1942 dringt Berlijn aan om de Endlosung te bespoedigen: We hebben al meer dan genoeg tijd verloren.

Zeker vanaf december 1942 geven illegale publicaties van onder meer het O.F, het Onafhankelijk Arbeidsfront gedetailleerde beschrijvingen van de werkelijke toestand in de arbeidskampen.

Elke dag zijn er de berichten van de BBC. Over de vooruitgang van de geallieerde legers. Over de concentratiekampen in Duitsland.

10. 4. Naar de Dossin-kazerne

Als gevolg daarvan wordt het altijd moeilijker om de joden vrijwillig naar de Dossin-kazerne in Mechelen te lokken. Ze moeten razzia´s en huiszoekingen organiseren. Dat doen de leden van de Duitse SS en Gestapo met de actieve medewerking van de Algemene SS Vlaanderen. De samenstelling van de transporten dragen ze bij voorkeur op aan de Judenrat. De Duitsers hebben die "Joodse Raad" opgericht. Zijn opdracht? De joodse emigratie regelen, het onderwijs (de joodse kinderen verbannen ze uit de officiele scholen), sociale hulpdiensten organiseren, de Umsiedlung naar de joodse verzamelgebieden in Oost-Europa regelen.

Oproepingsbevel

Als voorbeeld de vertaling van een oproepingsbevel afgeleverd door de Judenrat in opdracht van de SS

Brussel, 6 mei 1943

Oproepingsbevel tot arbeid Nr. 5687

Meneer David Aardman, geboren 17-2-1922

wonende: Antwerpen, Grote Hondstraat 32

moet zich op woensdag, 12 augustus, voor 12 uur aanmelden in het verzamelingskamp Mechelen, Dossin-Kazerne, Lierschesteenweg.

Mee te brengen:

a. eten voor 14 dagen (alleen eten dat niet kan bederven zoals bv. peulvruchten, meel enz.)

b. 1 paar stevige werkschoenen, 2 paar sokken, 2 hemden, 2 onderbroeken, 1 werkpak of werkjurk, 2 wollen dekens, 2 bedovertrekken, eetschaaltje, drinkbeker, 1 lepel, 1 pullover

c. levensmiddelen- en klederkaarten, identiteitskaart en andere papieren.

Voor de rest moet U zich onvoorwaardelijk schikken naar de instructies van de Vereniging van de Joden in Belgie. Het wordt U uitdrukkelijk verboden bezwaren tegen dat bevel in te dienen bij om het even welke Belgische of Duitse overheidsinstantie of individuen. Mogelijke bezwaren kunt u in het verzamelkamp voorleggen. Als U zich niet op de voorgeschreven tijd in het verzamelkamp meldt, volgt daarop Uw aanhouding en verzending naar een concentratiekamp in Duitsland en het verbeurdverklaren van al Uw bezittingen. Dit oproepingsbevel moet U afgeven bij de aankomst in het verzamelkamp. In opdracht get. Ehlers.

Op dat ogenblik is David Aardman al in de Dossin-kazerne.

Maar dat bevel maakt alles administratief in orde.

Velen zijn geroepen, weinigen zijn (terug)gekomen. Hoeveel joden zijn er in Antwerpen geweest? In 1939 45 000, de duizenden vluchtelingen op doorreis niet meegerekend. 42.000 joodse mensen zijn in de Belgische jodenregisters ingeschreven. Van die 42.000 hebben ze er tussen 4 augustus 1942 en 31 juli 1944 25 631 via het Sammellager Mechelen (de Dossin-kazeme) gedeporteerd. Sommigen zijn kunnen onderduiken. Velen vluchten naar Frankrijk. Ze ondergaan hetzelfde lot. Tussen 4 augustus 1942 en 31 juli 1944, dus tot vlak voor de bevrijding, zijn 26 konvooien vanuit de Dossin-kazerne in Mechelen vertrokken. Bestemming: Vittel, Buchenwald, Ravensbruck, 18 ervan gaan direct naar Auschwitz en Birkenau. Het gaat om 10 591 mannen. 10 282 vrouwen en 4 758 kinderen of 25 631 van de 42 000 ingeschreven joden. Er zijn er maar 1 244 van teruggekeerd. Nog geen vijf procent heeft de concentratiekampen overleefd. Die gelukkigen zijn na hun terugkeer lichamelijk en geestelijk kapot. De meesten moeten ze jarenlang geneeskundig verzorgen. Meestal zonder veel resultaat.

Naar boven







Info lesmap

In deze lesmap vind je allerhande informatie over het Fort van Breendonk, het goed bewaard concentratiekamp in de buurt van Willebroek in de Provincie Antwerpen.