Over ons Blog Contact
De gevangenen
1. Hoeveel?

Het is moeilijk te zeggen hoeveel gevangenen in Breendonk zijn geweest. In het begin zijn er vijf kamers met dertig man elk, een ziekenkamer en een cachot. Langs de kant van de joden twee kamers met dertig man. Alles samen goed voor 210 man zonder de ziekenkamer. Later zijn er gemiddeld telkens in het kamp 400-650 gevangenen. De meeste gevangenen zijn Belgen, mannen. Vrouwen zijn er weinig, 23 in totaal. Tussen 1941 en 1944, zijn er:

 

1940

1941

1942

1943

1944

Joden

40

200

180

50

45

Niet Joden

35

200

450

650

600

2. Haftlinge, Arrestanten en Gijzelaars.

De Duitsers maken onderscheid tussen Haftlinge (gevangenen) en Arrestanten.

2.1. 4000 Haftlinge

In Breendonk hebben bijna 4 000 Haftlinge verbleven. De Haftlinge werken en leven in de Stuben, de kamers. De joodse Haftlinge leven in barakken. Wie zijn die mensen? Arbeiders en artiesten, journalisten en winkeliers, postbodes en politieagenten, oud-ministers en professoren, Waarom ze zijn aangehouden? Om alle mogelijke en onmogelijke redenen: weerstand, fraude, linkse partijen. Omdat ze jood zijn. Omdat ze gewapend weerstand bieden. Omdat ze aan zwarte handel doen. Sommige mensen hebben linkse politieke ideeen. Andere mensen hebben ze zonder redenen gevangen genomen, vaak bij razia.

De Gestapo, de Geheime Staatspolizei en de Sipo, de Sicherheitspolizei.

Die handelen daarbij helemaal willekeurig en naar eigen goeddunken. Ze delen niets mee aan de Belgische instanties, de gemeente of het gerecht. De Haftlinge verdwijnen doodgewoon uit de samenleving. De kampcommandant doet met ze wat hij wil. In het begin is het regime streng, geleidelijk wordt het ondraaglijk. Ze mishandelen en martelen naar believen Over de doden stelt niemand vragen.

2.2. Arrestanten

De Arrestanten sluiten ze in de cellen op. Dat zijn gestrafte gevangenen, of politieke gevangenen die de Gestapo moet ondervragen. De Arrestanten leven in de cellen, zonder matras. Ze slapen op een plank. De eerste zes cellen bouwen ze in de lente van 1941. In 1942 zijn er twaalf. In 1943 achtendertig. Sommige cellen zijn helemaal donker. In zo´n cel leven? ´s Morgens halen ze de plank op. Dan moet je de hele dag rechtstaan. In de gang zetten ze koffiepotten neer. Dan het appel. De schildwacht staat stil voor elke cel, de gevangene zegt zijn nummer in het Duits en krijgt zijn (koude) koffie in een beker. Dan mogen de gevangenen even buiten: de emmer uitgieten en hun gezicht wassen. Dan weer naar binnen. Voor de volgende 24 uur.

2.3. Gijzelaars

Er zijn ook gijzelaars. Die wachten ... op hun executie. Op de dag van de executies doet een SS-er de deuren van de kamers open en roept de nummers af. De gevangenen die ze aanduiden, komen naar buiten. Ze verzamelen in de gang. De tolk leest het bevel tot executie in het Duits, in het Nederlands, in het Frans. Meestal leven ze nog een uur. In die tijd kunnen ze (soms) contact hebben met Monseigneur Otto Gramann. Dat is de aalmoezenier van de Duitse troepen in Belgie en Noord-Frankrijk. Die is soms in het kamp. Soms mogen ze een afscheidsbrief aan hun familie schrijven. Maar weinig brieven bereiken hun bestemming. De gevangenen moeten zich helemaal uitkleden. Ze krijgen een (nieuwe-oude) broek en een vest van het Belgische leger. Ze stappen in rang naar de executiepaal. De soldaten van de Wehrmacht en de SS begeleiden ze. Op de executieplaats gaat de vest uit. Bloot bovenlijf. Vesten kunnen ze nog gebruiken. Met kogelgaten erin zijn ze te tochtig.

3457 namen

Ze hebben 3.457 namen weergevonden, daarvan zijn er in de oorlog 53 % gestorven. Onder de gevangenen 84 % Belgen.

2.4. Doden en Levenden

Opgehangen in Breendonk

32

Door uitputting gestorven

98

Gefusilleerd

240

Totaal

3706

Bevrijd uit Breendonk

458

Gestorven in andere kampen

1472

Gerepatrrieerden in leven in 45

1157

Totaal

1842

Totaal overlevenden in 45

1615

Dat betekent dat als je tijdens de bezetting in Breendonk komt, je minder dan een kans op twee hebt om het er levend van af te brengen. Meer dan de helft van die mensen overleeft het concentratiekampregime niet. Vooral het jaar 1942 eist veel slachtoffers. 65 %, van alle mensen die zijn gestorven, sterft in 1942. Niet in Breendonk zelf. In de winter van 1941-1942 (van eind december 41 tot 31 maart 1942) is er een typhusepidemie in het Duitse kamp Neuengamme. Veel mensen sterven. Veel mensen in Neuengamme komen uit Breendonk. Dat verklaart het hoge sterftecijfer in 42.

2.5. Vrouwen

Vrouwen zijn er weinig in Breendonk. Een kleine dertig. Over drie heb ik iets teruggevonden.

Betty De Pelsenaer

Gestapo-mannen brengen Betty De Pelsenaer geboeid naar de folterkamer. De gevangenen horen daarna het lawaai van de mishandelingen. Betty heeft haar verhaal in een boekje verteld: Symphonie fraternelle. ^ Breendonk de septembre ^ No'l 1942, Brussel 1946. Ik heb het boekje niet gelezen.

Rebecca Schumiliver

Rebecca Schumiliver is een bediende. Ze hebben haar aangehouden als lid van het verzet. Ze brengen haar naar de Della Faillelaan in Antwerpen en dan naar Breendonk. Daar brengen ze haar samen met haar leider uit het verzet, Henmans. Die is zo erg mishandeld dat Rebecca hem zelfs niet herkent. Die confrontatie levert geen resultaat op, toch mishandelen ze Rebecca verder.

Later komt Rebecca in de bunker terecht. Twee uren ondervragen ze haar. Ze trekken haar aan de katrol. Daarbij folteren ze haar. Na dat verhoor sluiten ze Rebecca op in de Dossin-kazerne in Mechelen. Na vier weken sturen ze haar naar Duitsland, waar ze in drie of vier kampen vertoeft. Maar ze overleeft.

Else Bernard-Paquet

Op een woensdag hoor ik een vrouw huilen die ze in de bunker ondervragen.

Dat heeft Peter in een van zijn schriftjes genoteerd. Verder staat er niets. De vrouw die Peter hoort huilen, is Else Bernard-Paquet, uit Schaarbeek. Zij heeft de hel van Breendonk doorgemaakt. Ze hebben haar aangehouden op 7 december 1942. Uit de gevangenis in Sint-Gillis hebben ze haar naar het kamp gebracht. Daar hebben ze haar van januari tot oktober 1943, alleen in een cel opgesloten. Ze hebben haar zeven keer in de bunker onderhoord en gefolterd. Ze hebben haar helemaal uitgekleed. Ze bewerken haar met een elektrisch toestel op de meest gevoelige plaatsen. Prauss brengt haar brandwonden toe met een brandende sigaret. Else verliest het bewustzijn. Ze trekken haar aan de beruchte katrol omhoog. Ze verpletteren haar vingers. Ze moet de hele dag geboeid rechtop blijven staan in de cel waarin ze is opgesloten. Ze heeft er ook nog twee vrouwelijke medegevangenen gekend. Een Duitse krijgsraad in Breendonk veroordeelt Else ter dood. Ze brengen haar naar Krefeld om haar terecht te stellen. Dan moet ze weer naar de gevangenis in Leuven om te getuigen in een proces tegen een hoog Duits officier. Zo kunnen de geallieerden Else bevrijden. Zo kennen we het verhaal van Else.

Naar boven







Info lesmap

In deze lesmap vind je allerhande informatie over het Fort van Breendonk, het goed bewaard concentratiekamp in de buurt van Willebroek in de Provincie Antwerpen.