Over ons Blog Contact
Filosofen
Inhoud

1. Georges Bataille over sadisme

2. Naakt tussen de Wolven, door Ian Buruma

3. Rene Leriche over Pijn verwerken.

4. De tweede keer, door Ian Buruma

5. Alec Mellor: Het hoort erbij

6. Robert Zeiler, door Ian Buruma

7. Henri Alleg: Folteren in Frankrijk

8. Irmgard Seidel, door Ian Buruma

9. Graham Greene over Eerlijk folteren

10. De waarheid, door Ian Buruma

1. Georges Bataille over sadisme

Folteren heeft te maken met sadisme. Sadisme heeft te maken met de markies de Sade. De Franse antropoloog Georges Bataille heeft heel grondig over de gekke markies de Sade nagedacht. Hoe ziet Georges Bataille het sadisme? Weer niet echt eenvoudig! Het is veeleer een existentieel-psychologisch dan een seksueel-pathologisch verschijnsel. Het is de ander radicaal ontkennen. Het verloochent zowel het maatschappelijke beginsel als het realiteitsbeginsel. Een wereld waarin beulen, vernietiging en dood triomferen, kan niet bestaan. Zoveel is duidelijk. Maar een sadist bekommert er zich niet om dat de wereld voort bestaat. Integendeel: hij wil die wereld opheffen. Hij wil zijn eigen alleenheerschappij verwerkelijken in de negatie van de medemens, die voor hem op een heel specifieke manier de hel is . De sadist herleidt de medemens tot alleen maar vlees. Hij brengt hem tot op de rand van de dood. Eventueel drijft hij hem over die doodsgrens heen naar het Niets. Zo verwezenlijken de beul en de moordenaar hun eigen vernietigende vleselijkheid, zonder dat ze zich daarin zoals de gefolterde helemaal hoeven te verliezen. Ze kunnen immers stoppen met folteren als het hun past. Hij heeft in de hand dat de ander schreeuwt van de pijn en de doodskreet slaakt. Hij is heer en meester over lichaam en geest, leven en dood. Op die manier omstulpt de foltering de sociale wereld. Daarin kunnen we immers maar leven als we ook het leven van de medemens garanderen.In de wereld van de foltering bestaat de mens maar alleen omdat hij de ander vernietigt. Een zachte druk van de hand op een of ander toestel volstaat om iemand tot een gillend stuk slachtvee te maken. Iemand in wie misschien Kant en Hegel en alle negen symfonien van Beethoven en Die Welt als Wille und Vorstellung zijn opgeslagen. Dan kan de folteraar als het is afgelopen, dus als hij zich heeft uitgebreid tot in het lichaam van de medemens en diens geest heeft gedood, naar een sigaret grijpen of zich aan het ontbijt zetten of, als hij daar zin in heeft, Die Welt als Wille und Vorstellung betreden.

Naar boven

2. Naakt tussen de Wolven, door Ian Buruma

De opstand van Buchenwald is belangrijk, omdat hij de mythe is waarop ze de Duitse Democratische Republiek hebben opgericht. Elk Oostduits schoolkind moest Naakt tussen de Wolven van Bruno Apitz lezen. Dat is de man die een masker sneed uit Goethe zijn eik. Het is een flutterige roman uit de socialistisch realistische school. De mannen van het communistisch verzetscomite redden een joods jongentje, met gevaar voor eigen leven. Ze beramen ook het plan voor de ultieme opstand. Het boek draait rond collectieve versus individuele belangen. Mag je het leven van een individu in gevaar brengen als het erom gaat de belangen van een hele gemeenschap te dienen? De kwestie lossen ze nooit echt op. In dit boek redden ze zowel het jongentje als de gemeenschap. Tijdens de laatste scene wurmen de helden zich door de kamppoort. Ze slepen, op de toppen van hun bevrijdende golven, de onstuitbare stroom van de mensheid met zich mee.

En zo begint, in de woorden van de Eed van Buchenwald (diezelfde dag gezworen op het exercitieplein), de strijd voor een nieuwe wereld van vrede en vrijheid. Hoe die nieuwe socialistische wereld eruitziet, wordt al gauw duidelijk. Als Otto Grotewohl, de eerste premier van de Duitse Democratische Republiek, in 1958 80.000 mensen toespreekt tijdens een demonstratie in het voormalige kamp Buchenwald, verklaart hij dat de verzuchtingen van de Eed al werkelijkheid zijn in Oost-Duitsland. Om hulde te brengen aan die verwezenlijking komen elk jaar honderdduizenden schoolkinderen, arbeiders, socialistische jongeren, soldaten, boeren en buitenlandse kameraden op de ÔRode OlympusÕ bijeen om er kransen te leggen, naar toespraken te luisteren, in fakkeloptochten op te stappen en aldus de vastberadenheid te tonen waarmee ze zich voortbewegen op de weg naar het communistische gouden tijdperk.

Naar boven

3. Rene Leriche over Pijn verwerken

Waarin ligt de kracht, waarin de zwakte? Ik weet het niet. Ik weet het niet. Niemand heeft duidelijke grenzen kunnen trekken tussen het morele en het lichamelijke weerstandsvermogen tegenover fysieke pijn. Deskundigen herleiden het hele probleem om pijn te verwerken tot het louter fysiologische. De Franse professor in de chirurgie Rene Leriche is lid van het eerbiedwaardige College de France. Hij heeft zich aan dit oordeel gewaagd: We staan niet allemaal gelijk tegenover pijn. De een lijdt al op een moment dat de ander blijkbaar nauwelijks pijn ervaart. Dat hangt samen met de individuele kwaliteit van de sympathicus, met het hormoon van de bijschildklier, met de vasocontractieve substanties van de bijnierschors. Ook op het vlak van het fysiologische pijnonderzoek kunnen we ons niet onttrekken aan het begrip van de individualiteit. De geschiedenis toont ons dat wij, mensen van vandaag, gevoeliger zijn voor pijn dan onze voorouders, vanuit louter fysiologisch standpunt beschouwd. Ik heb het hier niet over een of ander hypothetisch, moreel weerstandsvermogen. Ik blijf op het terrein van de fysiologie. De middelen die de pijn stillen en de narcose hebben, meer dan morele factoren, bijgedragen tot onze grotere gevoeligheid. Ook zijn de reacties van verschillende volkeren op pijn niet dezelfde. Twee oorlogen hebben ons de gelegenheid gegeven te zien, in welke mate de lichamelijke gevoeligheid van de Duitsers, Fransen en Engelsen verschillend is. Er bestaat een kloof tussen de Europeanen en Aziaten en Afrikanen. Aziaten en Afrikanen verdragen fysieke pijn veel beter. Wie het concentratiekamp heeft geobserveerd, trekt conclusies. De Slavische volkeren -vooral de Russen - verdragen fysieke beproevingen beter en stoicijnser dan Italianen en Fransen, Nederlanders en Belgen. We staan als lichamen niet gelijk tegenover de foltering. Maar dat lost ons probleem van het vermogen om weerstand te bieden niet op. Het geeft geen antwoord op de vraag naar het aandeel van morele en fysieke factoren. Als we het terugbrengen naar het puur fysiologische, dan lopen we het gevaar elke vorm van kleinzerigheid en fysieke lafheid te vergeven. Leggen we alle nadruk op het morele vermogen om weerstand te bieden, dan zouden we een zwakke, zeventienjarige gymnasiast die de foltering niet doorstaat, met dezelfde maatstaven moeten beoordelen als een atletisch gebouwde arbeider van dertig, gewend aan fysiek werk en een hard bestaan. We zullen die kwestie maar met rust laten, zoals ikzelf mijn weerstandsvermogen niet langer analyseer als ik daar gebroken en nog altijd met geboeide handen in mijn cel lig na te denken.

Naar boven

4. De tweede keer, door Ian Buruma

In 1991 bezoek ik Buchenwald voor de tweede keer. De dingen zijn aan het veranderen. De grandioze monumenten zijn er uiteraard nog altijd, net als de documentaire die ze in de filmzaal tonen met beelden van Otto Grotewohl, Walter Ulbricht en weduwe Thalmann die over de Straat van de Volkeren stappen. Maar ik krijg ook een nieuw pamflet toegestopt waarin ze ongelooflijk fijnzinnig meedelen dat ze in de lente van 1990 besloten hebben sommige wijzigingen aan te brengen, voor zover technisch haalbaar, om een zekere eenzijdigheid in de voorstelling te ondervangen. Uit die woorden blijkt niets van de controverse die is ontstaan als ze de mythes rond de Duitse Democratische Republiek herschrijven. Als ze mythes herschrijven op een historische plek, een plaats ter waarschuwing en herdenking, zo boordevol symboliek, moet je bedacht zijn op val-kuilen. De grootste moeilijkheid? De oude mythes in twijfel trekken zonder ze meteen door nieuwe te vervangen. En het heiligdom van Buchenwald is bijzonder problematisch. Er zijn al een paar lijken uit de kast gevallen. In 1983 vinden bouwarbeiders een massa menselijke botten13. Die waren in een massagraf gegooid in de bossen rondom het nazi-kamp. De Oost-Duitse regering beveelt onmiddellijk dat ze het graf -en meteen ook de hele aangelegenheid- moeten toedekken. Maar na 1989 hebben ze meer botten ontdekt. Wat veertig jaar lang onbesproken moest blijven, komt nu eindelijk in de openbaarheid. Buchenwald is helemaal blijven functioneren tot 1950. Zodra het Sovjetleger in Weimar aankwam, hebben ze Buchenwald weer in werking gesteld. Om voormalige nazi´s te straffen. Ook klassevijanden en contrarevolutionairen, sociaal-democraten b.v. die niet willen dat de communisten hun partij overnemen. Er zijn geen bewijzen dat de Russen hun gevangenen onderwerpen aan het nazi-regime van moord door slavenarbeid, medische experimenten en executies. Maar van de 30 000 gevangenen die de Sovjets in Buchenwald hebben geinterneerd, sterft toch een derde, meestal door honger en ziekte.

Naar boven

5. Alec Mellor: Het hoort erbij

Na de tweede wereldoorlog schrijft een hoge Franse ambtenaar van de gerechtelijke politie een boek voor zijn ondergeschikten. Met een weelde aan bijzonderheden zet hij uiteen, dat ze hoe dan ook en binnen het kader van de legaliteit niet anders kunnen dan een beroep doen op fysieke dwang als je verhoort. Slaan als je verhoort? Dat stelt criminologisch gesproken weinig voor. Slaan hoort er bij. Slagen zijn een represaille van de politie tegen weerspannige arrestanten; stilzwijgend gepraktiseerd en aanvaard, gebruikelijk. Advocaat Alec Mellor schrijft in zijn boek La torture: Bijna alle politiediensten passen die methode -slaan- toe. Ook die van de westerse democratische landen, behalve Engeland en Belgie. In Amerika is het de third degree, de derde graad van een politieverhoor. Daarbij komt het blijkbaar vaak tot ergere dingen dan een paar vuistslagen. Frankrijk heeft voor die politierammel zelfs een fraaie en onschuldige uitdrukking: de passage tabac voor arrestanten.

De publieke opinie toont zich meestal niet kleinzerig als haar zo nu en dan onthullingen over zulke praktijken in politiecommissariaten ter ore komen. Hooguit komt er een interpellatie van een of andere linksige afgevaardigde in het parlement. En dan verdwijnen zulke verhalen in de vergetelheid. Ik heb nog nooit gehoord dat zijn bazen een politie-ambtenaar die slaat niet energiek in bescherming neemt.

Naar boven

6. Robert Zeiler, door Ian Buruma

In West-Berlijn ontmoet ik een van de overlevenden van Buchenwald. Robert Zeiler vertelt al jarenlang een verhaal aan studenten, journalisten en verenigingen van overlevenden. Dat verhaal is een epische mythe op zich. Zeiler zijn vader is een niet-joodse dirigent. Zijn moeder is joodse. Als Zeiler elf is, worden de eerste rassenwetten van kracht. Kort nadien scheidden zijn ouders. Dankzij de mildheid van de nieuwe wetten kan de half-jood Zeiler zijn moeder toch nog beschermen door onder hetzelfde dak met haar te wonen. In 1943 besluit het nazi-regime dat ze geen jood meer mogen sparen. Ze pakken Zeiler zijn moeder op en sturen haar naar een concentratiekamp in de buurt van Praag. Kort daarop arresteren ze Zeiler, nu twintig, omdat hij joden onderdak heeft verleend. Dat wil zeggen: zijn eigen moeder. Ze sturen hem naar Buchenwald. Binnen de kortste keren weegt hij nog maar 45 kilo. Nadat hij door de troepen van Patton is bevrijd, trekt Zeiler in een Amerikaanse jeep naar Tsjechoslovakije. Daar vindt hij zÕn moeder terug. Samen rijden ze naar Potsdam. Zeiler besluit met de jeep door te rijden naar Berlijn, De Sovjetrussische geheime politie arresteert hem. Ze beschuldigen hem ervan een Amerikaanse spion te zijn. Zeiler houdt vol dat hij een joods slachtoffer van de nazi´s is, maar hij krijgt te horen dat hij liegt; Alle joden zijn dood. Hij pendelt een paar maanden van het ene kamp naar het andere. Uiteindelijk ... komt hij weer in Buchenwald. Daar brengt hij de volgende drie jaar door. De bewakers, zo herinnert hij zich, zijn geen onmensen. Meestal zijn het jongemannen die heimwee hebben en sentimentele liedjes zingen. Het ergste aan het Sovjetkamp? De verveling, aldus Zeiler. Ik vraag Zeiler hoe de mensen op zijn verhaal reageren als hij in Berlijn is teruggekeerd. Hij bestudeert het tafelkleed, waar een beeltenis van de Vredesdom in Hirosjima op is geborduurd. Ik heb mijn verhaal aan heel veel mensen verteld, zegt hij, zowel aan de Duitsers als aan de leden van de bezettingsmachten.

Dan zwijgt hij. Ik kijk rond in zijn kamer die vol staat met snuisterijtjes en muzikale herinneringen aan zijn vader. Ik vraag hem weer hoe de mensen reageren op zijn verhalen over Buchenwald onder de Sovjets. Hij zegt dat niemand enige belangstelling laat blijken. Iedereen is nog in beslag genomen door de nazi´s. In de Duitse Democratische Republiek bestaat het thema van de Russische kampen eenvoudig niet.

Naar boven

7. Henri Alleg: Folteren in Frankrijk

Ze hebben gefolterd in de Zuidafrikaanse, Angolese, Kongolese gevangenissen. Ze hebben gefolterd in Frankrijk. Denk aan wat er tussen 1956 en 1963 allemaal is gebeurd in de kerkers van het Franse Algerije. Er bestaat een afschuwelijk gedetailleerd en nuchter boek hierover La question van Henri Alleg. Dat is het rapport van een ooggetuige. Hij heeft het allemaal zelf ervaren en brengt er op sobere, discrete wijze verslag van uit. De Franse regering heeft zijn werk onmiddellijk verboden. Omstreeks 1960 verschijnen nog boeken en pamfletten over dat thema. Er is de geleerde, criminologische verhandeling van de beroemde advocaat Alec Mellor. Er is het protest van de publicist Pierre-Henri Simon. Er is het moraalfilosofische onderzoek van de theoloog Vialatoux. De helft van Frankrijk staat op tegen de folterpraktijken in Algerije. Dat strekt -en je kunt het niet vaak en uitdrukkelijk genoeg zeggen- dat volk tot eer. Linkse intellectuelen protesteren. Katholieke vakbondsleden en andere christelijke leken waarschuwen de publieke opinie. Ze komen, op gevaar af hun zekerheid en zelfs hun leven te verliezen, in opstand tegen het folteren. Kerkvorsten verheffen, weliswaar voor onze oren veel te zwak, hun stem.

Maar in het grote en vrijheidlievende Frankrijk, ook in die donkere dagen niet helemaal van zijn vrijheid beroofd, is de andere helft het ermee eens dat ze folteren. Raison d´etat.

Naar boven

8. Irmgard Seidel, door Ian Buruma

Dr. Irmgard Seidel is nog altijd onderdirectrice van de gedenkplaats Buchenwald als ik het kamp de tweede keer bezoek. Ze heeft haar kantoor in een van de voormalige SS-barakken. Het is een groot gebouw met lange gangen, opgetrokken door de gevangenen. Binnen ruikt het naar boenwas en schoonmaakprodukten. Op de muur, vlak naast dr. Seidel haar kantoor, hangt een tekening. Een SS-er staat met een zweep in de hand voor een slachtoffer, een man die met zijn polsen aan een paal hangt. Het onderschrift laat het slachtoffer zeggen: Heer, vergeef het hem, want hij weet niet wat hij doet. Ik weet helemaal niets van een Sovjetkamp af, zegt dr. Seidel als ik haar dat vraag. In december 1989 hoor ik er voor het eerst over. Wat hier tussen 1945 en 1950 is gebeurd is een taboe, moet u weten. Niemand kan erover praten.

Dr. Seidel d´er houding is niet echt onbeleefd, wel bits. Ze verraadt wrevel. Als voormalig partijlid leeft ze nu in een nieuw verenigd Duitsland, geregeerd door conservatieve christen-democraten. De rollen zijn omgedraaid: een comite van verontruste burgers van Weimar ijvert om haar van haar post weg te krijgen. De baas van dr. Seidel is al weggezuiverd en vervangen door een West-Duitse historicus. Die hebben ze ook prompt verwijderd als zijn connecties met de West-Duitse communistische partij aan het licht komen. In zijn plaats komt een andere jonge Westduitser die, voor zover bekend, geen communistische bindingen heeft. Dr. Seidel wil me wat graag documenten tonen die haar goede trouw bewijzen, haar onafhankelijkheid ten opzichte van de communistische propaganda. Ze is zich er uitstekend van bewust dat de socialistische staat de holocaust heeft genegeerd. Om aan te tonen dat ze nu het juiste soort steun geniet, haalt ze een brief te voorschijn van een New-Yorkse vereniging van overlevenden van de holocaust. Het is een protest tegen de pogingen om de slachtoffers van de Sovjets gelijk te stellen met de slachtoffers van de nazi´s. De brief prijst ook de moed van Duitse politieke gevangenen. Hun opofferingen liggen aan de grondslag van de morele wedergeboorte van Duitsland. Uiteraard, zegt dr. Seidel, hebben we de joodse slachtoffers verwaarloosd, maar daar willen we verandering in brengen. Onze joodse vrienden weten dat en steunen me ten volle.

Misschien doen ze dat inderdaad, en misschien voelt dr. Seidel zich terecht belasterd. Toch kan ik niet alles geloven wat ze me bezweert. Zo moet ze toch iets hebben geweten van de naoorlogse geschiedenis van het kamp. Een boekje, in 1988 in Weimar gedrukt en gratis te verkrijgen in de boekhandel van het kampmuseum, maakt melding van de attente medewerking van de Sovjetautoriteiten bij het omvormen van Buchenwald tot een gedenkplaats. Dat werd mogelijk gemaakt in 1950 toen ze het interneringskamp voor nazi-functionarissen in vier weken tijd hebben ontruimd.

Naar boven

9. Graham Greene over Eerlijk folteren

Misschien herinnert u zich nog de foto´s in de krant. Soldaten van het Zuid-Vietnamese leger hebben een Vietkongrebel gevangen genomen. Op de fotoÕs zijn ze bezig hem te folteren. Ik schreef daarover een brief aan de Londense Daily Telegraph. Ik citeer:

Het nieuwe van die foto´s die de Engelse en Amerikaanse pers publiceerden is, dat ze ze blijkbaar met instemming van de folteraars hebben genomen en dat ze ze zonder commentaar hebben gepubliceerd. Het lijkt wel alsof het hier gaat om plaatjes uit een zoologisch werk over het leven van de insecten! Wil dat zeggen dat de Amerikaanse overheid de foltering beschouwt als een wettige manier om krijgsgevangenen te verhoren? Die foto´s zijn -als je wil- een teken van eerlijkheid. Ze bewijzen dat de autoriteiten hun ogen niet sluiten. Ik vraag me dan ook af, of die vorm van onbewuste eerlijkheid uiteindelijk niet te verkiezen valt boven de schijnheiligheid uit het verleden.

De foltering toegeven, het risico - maar is het dat nog wel-? Met zulke foto´s voor de dag te komen, hoe kun je dat verklaren? Alleen maar als je aanneemt dat niemand een revolte van de gewetens vreest. Blijkbaar menen ze dat alle gewetens aan folteren gewend zijn geraakt. Dat het er gewoon bijhoort.

Naar boven

10. De waarheid, door Ian Buruma

Maar wat moet er gebeuren nu de waarheid - of toch ten minste een deel ervan - bekend is? Duitse conservatieven wijzen graag prompt naar de punten van overeenkomst tussen de misdaden van de Sovjets en de nazi´s.

Het is de hoogste tijd, schrijft een medewerker van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, om de theorie van het totalitarisme nog maar eens uit de kast te halen. Rechtse en linkse tirannie zijn misschien niet identiek. Maar we moeten ze wel op dezelfde manier beoordelen. Is er een betere plek om de waarde van die theorie te bewijzen dan Buchenwald?

De christen-democratische partij in Weimar wil van het kamp een gedenkplaats maken voor de slachtoffers van alle dictaturen, alsof het Derde Rijk gewoon een van de vele dictaturen was. Buchenwald is op die manier de handige bewijsplaats geworden van een opvatting die, vooral in rechtse kringen, veld heeft gewonnen sinds de Duitse Democratische Republiek ineen is gestort: de staat van de communisten zet het Derde Rijk voort. De Stasi, zo redeneren conservatieven vaak, is eigenlijk veel alomtegenwoordiger -en doeltreffender- dan de Gestapo. In zekere zin, zo beweren ze, is het regime van de Duitse Democratische Republiek zelfs nog erger dan nazi-Duitsland. Het heeft veertig jaar geduurd, terwijl Hitler maar twaalf jaar aan de macht is gebleven. Een aantrekkelijke theorie. Ze reduceert het Derde Rijk tot lokalere, minder gruwelijke proporties. Ze leidt ook makkelijk tot de conclusie die in 1986 de aanzet was tot dat beruchte debat tussen historici, de Historikerstreit. Die conclusie: het nazisme is alleen maar een defensieve reactie op de Sovjetrussische agressie. Dat debat ontstond een jaar nadat kanselier Helmut Kohl Ronald Reagan uitnodigt om hand in hand te gaan staan op de begraafplaats van Bitburg.

Op zo´n groots moment van verzoening? zo redeneert Helmut, zou het onbeleefd zijn, en helemaal naast de kwestie, om een onderscheid te maken tussen de graven van SS-lui en die van andere oorlogsslachtoffers. Ze zijn allemaal slachtoffers van de geschiedenis. Het moment is aangebroken om de verschillen te vergeten.

Om de historicus Ernst Nolte te parafraseren: Het is tijd dat het verleden zou weg gaan.

Maar het gaat nooit weg, zeker niet in wat vroeger de Duitse Democratische Republiek was. Nog maar enkele maanden geleden, aan de vooravond van het joodse nieuwjaar, steken neo-nazivandalen een barak in brand in concentratiekamp Sachsenhausen, in een oostelijke voorstad van Berlijn. Het is een barak geweest speciaal bestemd voor joden. Duitse kranten veroordelen het misdrijf als een antisemitische aanslag die een smet zou werpen op Duitsland zijn faam in het buitenland. Maar het is meer dan dat. Het is ook een aanslag tegen het Duitsland van nu, tegen het rijke Westen. Tegen het vervallen Oosten. Tegen vijftig jaar tirannie en leugens. Oostduitsers moeten in mythes geloven, en blijven nu achter zonder iets.

Naar boven







Info lesmap

In deze lesmap vind je allerhande informatie over het Fort van Breendonk, het goed bewaard concentratiekamp in de buurt van Willebroek in de Provincie Antwerpen.