Over ons Blog Contact
Moeilijkheden tijdens de bouwfáse

Op 16 april 1929 stuurden de architecten een "Beschrijvende nota" naar het bureel der 2e Directie i.v.m. "het oprichten van een Bank-Bureel en Woningbouw" Hierin werd uitvoerig het algemeen uitzicht, de lijnrichting, de bouwsystemen, funderingen enz. belicht.

Zij meenden aldus een geldige bouwaanvraag te hebben gedaan.

In een nota voegden zij er nog aan toe dat sommige plannen nog ter studie waren van "technische bevoegdheden voor metaalen betonbouw" Verder zou de 'Algemeene Bankvereeniging en Volksbank van Leuven" alle eisen inwilligen die het stadsbestuur i.v.m. de bouw nog zou stellen, als ze maar toestemming gaf om op grond van de voorlopige plannen te beginnen met het leggen van de betonnen funderingsplaat.

Een antwoord van het College werd niet afgewacht en men begon dadelijk met de funderingswerken. Een conflict met de Stad bleef uiteraard niet uit en zou pas zijn beslag krijgen na het indienen van een regelmatige bouwaanvraag op de voorgeschreven formulieren, door J. Vanhoenacker, architect, en Gylsen, beheerder, ondertekend op 14 juni 1929.

Dit was trouwens het begin van een hele reeks conflicten tussen de Stad en de hoofdaannemer, de "Société Anonyme, anciennement Dumon & Vander Vin".

Begrijpelijk als men bedenkt dat een dergelijke enorme constructie heel wat overlast bezorgde voor de buren, de wegenis en het verkeer.

Dumon & Vander Vin zouden trouwens ook geregeld overhoop liggen met hun opdrachtgever, en dit voornamelijk wegens financiële kwesties.

Het zou tot 14 februari 1930 duren vooraleer het College uiteindelijk zijn toestemming gaf. Daarvoor was de bouwaanvraag, zoals gebruikelijk, naar een hele reeks officiële instanties gestuurd, zoals naar het Bestuur der Wegenis wat betreft de rooilijnen, naar de brandweer wat betreft de brandveiligheid enz.

Om de lezer een idee te geven van de administratieve weg die zo'n belangrijk dossier moest afleggen, geven we hier een stuk, opgesteld door een ambtenaar van de 2e Directie, waarin een voorlopig overzicht van de gebeurtenissen werd gegeven.

20 april 1929 Nota van bouwmeesters VanhoenackerSmolderen-Van A verbeke, gedagtekend 16 april 1929, aan Bruggen en Wegen opgestuurd.

17 mei 1929 Advies van Bruggen en Wegen toegekomen op 2e BureeL Het 2e Bureel verzocht de bouwmeesters een regelmatige aanvraag (op formulieren), met de vereiste plannen in te dienen.


(Gezicht op het Torengebouw in oostelijke richting. 29 oktober 1930)

14 juni 1929 Regelmatige vraag komt toe en wordt op die dag aan de Wegenisdienst bezorgd.

31 juli 1929 Verslag van Wegenisdienst komt toe.

31 juli 1929 Dossier doorgezonden aan de Stadshoofdbouwmeester.

16 augustus 1929 Stukken terug ontvangen.

16 augustus 1929 Advies gevraagd aan Stadseigendommen en Onteigeningen. De Dienst van Stadseigendommen en Onteigeningen verzoekt nieuw advies te vragen aan Bruggen en Wegen, gelet op het feit dat er een wijziging aan de oprichting is aangebracht -verslag Wegenis 30.7.29.

24 augustus 1929 Nieuw advies gevraagd aan Bruggen en Wegen.

19 oktober 1929 Verslag van Bruggen en Wegen komt toe.

21 oktober 1929 Advies van Stadseigendommen en Onteigeningen is gevraagd.

7 december 1929 Verslag van Stadseigendommen en Onteigeningen komt op het 2e Bureel toe.

10 december 1929 De stukken aan de brandweer doorgezonden voor advies.

5 februari 1930 Advies van brandweer komt toe op het 2e Bureel.

14 februari 1930 Toestemming van het College.

Aan deze goedkeuring waren niet minder dan 28 speciale voorwaarden verbonden. Zo werd b.v. zeer nauwkeurig bepaald welke voorzieningen er moesten getroffen worden i.v.m. de brandveiligheid. Belangrijk was dat men met het serieuze werk kon beginnen.

Het is echter noodzakelijk om nog even terug te gaan in de tijd, want op 29 juli 1929 werd tussen de Stad en de Algemeene Bankvereeniging een schijnbaar onschuldige conventie gesloten. Deze overeenkomst zou echter een bron van conflicten blijven tot de jaren '70.

Deze conventie bepaalde de nieuwe lijnrichtingen van Beddenstraat, Eiermarkt en Schoenmarkt en de onteigening door de Stad ten behoeve van de bank van woningen in de Beddenstraat en de Eiermarkt.

Zo kwam heel het blok Schoenmarkt-Eiermarkt-Beddenstraat toe aan de Algemeene Bankvereeniging. Uiteraard waren alle kosten voor de bank. Er schuilden echter twee addertjes in het gras.

Ten eerste werd in art. 3 gestipuleerd: "De Stad Antwerpen zal, op het eerste verzoek van de maatschappij, overgaan tot de gordelgewijze onteigening ... " Ten tweede stond in art. 5: 2 Zodra de huizen, waarvan sprake in art. 2, alle ter beschikking zijn van de maatschappij, zal deze laatste ze onmiddellijk met bekwamen spoed afbreken. De maatschappij zal, op den overblijvende bouwgrond onmiddellijk een monumentaal gebouw, in den modernen bouwtrant oprichten" Dit moest een architectonisch geheel vormen met het hoofdgebouw. Smolderen zou trouwens de bank een proces aandoen wegens het niet betalen van ereloon op het ontworpen doch niet gebouwde deel!

De Stad heeft in de jaren '30 herhaaldelijk getracht de bank ertoe te verplichten met bouwen te beginnen, na aankoop en afbraak van bedoelde huizen. Doch de bank had toen, wegens de algemene crisis die ook in het bankwezen hard toesloeg, op dat ogenblik andere zorgen aan haar hoofd dan nog eens tientallen miljoenen te immobiliseren in een nieuw gebouw, dat ze trouwens niet ten nutte kon maken. Wel werd gepoogd om systematisch alle betrokken huizen in de Beddenstraat en de Eiermarkt aan te kopen. Het zou nog duren tot de jaren zeventig vooraleer eindelijk een aanvang werd gemaakt met het bouwen van een nieuwe vleugel.

Terug naar de draad van ons verhaal. Nu de toestemming van het College officieel gegeven was, kon men onmiddellijk met de constructie van het metalen geraamte beginnen. Toen bleek pas dat ervaring met dergelijke hoogbouw in België onbestaand was. Gylsen, beheerder van de Algemeene Bankvereeniging, die in Antwerpen de zaak nauwgezet volgde, schreef in een nota aan de ondervoorzitter, V. Parein:

"Wat het werk zelf aangaat, zoodra de grondvesten gemaakt waren, werd het probleem om den bouw op te trekken in gewapend beton door de firma Dumon & Vander Vin te moeilijk gevonden, en zijn wij gelukkig geweest dat de heer Parein ons de firma Demag heeft aangewezen, die, zonder de minste hulp van Dumon & Vander Vin, zelf hare plans heeft gemaan en er in gelukt is, zonder de minste moeilijkheid, het stalen werk uit te voeren. Dit heeft eene som van ca. 10 milioen frank gekost"

De firma Demag schreef trouwens trots in haar "Revue Demag" van juli 1930: "Gratte-ciel á Anvers: Parmi les hautes constructions remarquables en fer demièrement exécutées par la Demag, figure le gratte-ciel construit pour la 'Algemeene Bankvereeniging, Volksbank de Louvain", á Anvers...; le montage n'a demandé qu'une durée de 4 mois".

Na deze snelle montage verliep de verdere afwerking heel wat trager dan gepland. Dit verontrustte Gylsen ten zeerste, daar op dat moment enkele andere grote kantoor- en woningblokken in aanbouw waren, die de huurprijs van de winkels, kantoren en woningen in het Torengebouw nadelig zouden kunnen beïnvloeden door het overaanbod dat zou ontstaan.

Volgens Gylsen was de vertraging grotendeels te wijten aan de incompetentie van de firma Dumon & Vander Vin, die oorspronkelijk zelfs gratis zou meewerken, enkel om de reclame die de bouw van een dergelijk reuzengevaarte met zich mee zou brengen.

Verder vond hij ook dat Vanhoenacker te veel alleen de zaken moest regelen, zonder voldoende steun van zijn compagnons. Vanhoenacker nam het trouwens niet zo nauw met zijn eigen plannen. In tegenstelling met de Amerikaanse architecten, die hun plan voor een dergelijke sky-scraper tot op de centimeter volgden, veranderde de architect in Antwerpen regelmatig zijn plannen, naargelang de wensen van de potentiële huurders. Dit bracht natuurlijk strubbelingen met de stedelijke administratie mee, wat dan weer aanleiding gaf tot vertragingen.

Als voorbeeld een conflict dat aansleepte van 27 november 1930 tot 18 februari 1931.

Uit de briefwisseling tussen Stad en bank bleek dat o.a. de verdeling van de loggia's was gewijzigd, dat er winkeldeuren wáren bijgemaakt, reclameletters geplaatst voor de winkels aan de Schoenmarkt, een beeld was aangebracht aan de rechterkant van het torengedeelte, ter hoogte van de 7e en 8e verdieping enz. Er werd zelfs opgemerkt dat de deuren die Vanhoenacker in gewoon ijzer had gepland, van "kunstig smeedwerk" moesten zijn. Als de bank ze dan in 1942 (!) wilde veranderen gaf de Stad geen toestemming wegens de oorlogstoestand (materiaalgebrek). Ze werden dan maar in eikenhout gemaakt!

Men bracht alles in orde door het indienen van een nieuwe bouwaanvraag voor al deze punten.

Naargelang de afwerking van het gebouw vorderde, werden de verschillende bouwlagen in huur gegeven. De onderste kelder was bestemd voor magazijnen, bier, wijnkelders en archiefzaal. De bovenkelder herbergde nog archiefruimte, de kluis en een café'Torenkelder" met biliartzaal en kegelbanen.

Op de begane grond kwamen de - officieel verplichte - winkels, naast de loketzaal en de toegang tot de bank en tot de appartementen. De tearoom Cuperus beheerste de 1 e verdieping, naast bankkantoren, appartementen en de gaanderij rond de loketzaal.

Hoe hoger men kwam, hoe meer appartementen en hoe minder kantoren er waren gepland. Men mag niet uit het oog verliezen dat het Torengebouw oorspronkelijk voornamelijk bedoeld was om als woningblok, met winkels, verhuurd te worden.

De bankkantoren namen maar een klein gedeelte van de toren in beslag. Als bijzonderheid kunnen we nog vermelden dat op het dak van de 9e verdieping, kant Schoenmarkt, een betonnen pergola werd gebouwd waarin een restaurant gevestigd was.

Op de 24e verdieping werd door de heer Wirtz in 1932 een Panoramazaal ingericht.

Heel de 25e verdieping was een waterreservoir van 230 M3 gecamoufleerd door een zeer typische koperen bedekking. Dit reservoir moest zorgen voor het nodige drink- en bluswater.

Zoals reeds vroeger aangehaald vorderde de afwerking van het gebouw niet zoals de beheerders van de bank, en dan vnl. de heer Gylsen, het zich hadden voorgesteld.

Zo schreef hij op 12 juni 1930 aan P. Delbaere, voorzitter van de Algemeene Bankvereeniging en de Volksbank van Leuven:

"Het is tijd dat er door u én door de heer Parein krachtdadig ingegrepen wordt om de verantwoordelijkheden in deze zaak vast te stellen. De lamlendigheid, waarmede deze bouw vooruitgaat, is de spraak van geheel Antwerpen en omgeving. Die praatjes nemen een kollosalen omvang en zijn erger dan zulks er uitziet Ook is er reden voor die praatjes, want het is schandalig zoals de zaken daar gaan. Tot nu toe weet onze architect niet waar hij naartoe gaat, en heeft hij nog geen plannen van verdeeling. Wat Dumon & Vander Vin aangaat, deze trekken er zich totaal niets meer van aan,...".

Ongeveer 3 maanden later (23 september 1930) schreef hij nogmaals aan Delbaere:

"... Er wordt sinds maanden niets aan het portaal gedaan, en dat de toren en de afwerking niet vooruitgaat, ligt enkel aan het teekenen van de plannen en aan niets anders ... Het is zeker dat Mijnheer Van Hoenacker zijn best doet, doch daarmede zijn wij niets vooruit. Hij is van den besten wil, maar overschat vele malen zijn eigen krachten. Ik stel voor onmiddellijk een architect aan te stellen en een gedeelte van het binnenwerk in aanbesteding te geven, en maar niet meer te wachten. Dit is de eenige wijze om nog eenige millioenen te sparen en het gebouw af te krijgen om de verhuurde appartementen zonder noodlottige processen te kunnen afleveren... ".

Het bleek inderdaad dat, waar volgens de statistieken van 1930 en 1931 de verhuring van winkels en appartementen nog vlot verliep, in 1933 de toestand wegens de trage afwerking en de crisis, een ongunstige wending nam.

Gylsen schreef op 21 december 1933 aan de heer Goethals, bestuurder van de dienst Stadseigendommen en Onteigeningen: "Het is ongelukkig maar al te waar dat de huurprijzen op angstwekkende wijze gevallen zijn en nog steeds vallen ... In het begin der verhuring was het Torengebouw een aantrekkingspunt en gezien de welvaartstrijd in alle zaken waren al de winkels verhuurd" ' Hij beschreef dan hoe geen enkele winkel het lang kon volhouden en hoewel de huurprijzen reeds met meer dan de helft verminderd waren, er toch weinig huurders kwamen opdagen.

Deze perikelen rond de verhuring van de winkels en appartementen hadden echter niet verhinderd dat de Algemeene Bankvereeniging op 29 maart 1932 officieel verhuisde van de gebouwen in de Lange Nieuwstraat naar het Torengebouw. Nadien werd het stil rond de toren. Het nieuwe was er blijkbaar wat af. Toch werd nog van diverse zijden (o.a. door de gemeentebesturen van Sint-Joost-ten-Node en van Rijsel en door de heer Dahigren, ere-vice-consul van Denemarken in België) om meer inlichtingen verzocht over deze eerste Europese "sky-scraper".

Naar boven







Info lesmap

In deze lesmap komt de ganse geschiedenis van de Antwerpse Boerentoren aan bod, van aanloop tot de bouw tot de volledige facelift.