Over ons Blog Contact
De keuze van de bouwmeesters

Als bouwmeester werd Jan Robert Vanhoenacker aangesteld. Hij werd bijgestaan door Jos Smolderen, die zich voornamelijk zou bezighouden met de binneninrichting en de gevelarchitectuur, en door Emiel Van Averbeke, stadshoofdbouwmeester, die hier een adviserende rol namens de Stad vervulde.

JAN VANHOENACKER (1875-1958)

Geboren te Kortrijk, volgde hij aldaar van 1889 tot 1894 de avondlessen in de Academie. In 1894 moest hij zijn legerdienst vervullen te Antwerpen, waar hij naderhand zijn studies aan de Koninklijke Academie voortzette en onder meer les kreeg van bouwmeester Ed. Dieltjens.

Vanhoenacker bekleedde verschillende functies bij de in 1899 opgerichte Kring voor Bouwkunde (KVB), die in 1922 werd samengesmolten met de Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen (KMBA).


(Ontwerp van Jan Vanhoenacker voor de aanleg van de Antwerpse Linkeroever. Ca 1932)

Hij onderscheidde zich in tal van prijskampen; hij behaalde o.a. twee tweede prijzen van Rome en een eerste prijs in de tweejaarlijkse prijskamp van de KMBA (1904). Reeds vóór Wereldoorlog 1 had hij talrijke realisaties op zijn actief, waaronder een bank, schouwburg, tuinwijk en verschillende herenhuizen en handelshuizen in Kortrijk, woningen in Oostende, Antwerpen, Roeselare en Tielt en landhuizen aan zee.

Tot zijn voornaamste realisaties na Wereldoorlog 1 rekenen we de heropbouw van de stad Waasten, het krankzinnigengesticht te Duffel, de Bank van Kortrijk met verscheidene bijhuizen, woningblokken (samen met de architecten Van Beurden en Smolderen), een brouwerij in Komen enz. In Antwerpen het Century-Hotel, de magazijnen Savelkoul, het postkantoor in de Pelikaanstraat, de Beurs voor Diamanthandel en uiteraard het Torengebouw. Het Torengebouw te Antwerpen was de eerste wolkenkrabber die hij ontwierp.

Hij getuigde zelf, tijdens een uiteenzetting over "Moderne hoogbouw" in het tijdschrift van de KMBA van 1935: "Met het Torengebouw te Antwerpen, dat totnogtoe steeds het hoogste van Europa blijft, had ik de eenige gelegenheid een praktische oefening van een bouw vaneen sky-scraper te kunnen doen. Mijn studiereis naar de Verenigde Staten heeft mij bovendien toegelaten de opgedane ondervindingen te controleeren en te vermeerderen".

Het zou echter bij deze ene proefneming blijven, waarschijnlijk door de economische crisis die in het begin van de jaren '30 ook in ons land uitbrak. Daardoor ontbrak het aan kapitaal om dergelijke grote gebouwen op te trekken.

JOS SMOLDEREN (1889-1973)

Jos Smolderen doorliep het hoger middelbaar onderwijs in de Sint-Norbertusschool te Antwerpen. Vanaf 1903 volgde hij avondcursussen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, en in 1905 kreeg hij Isidoor Opsomer als leermeester. Tussen deze twee ontstond een langdurige vriendschap. Smolderen bleek echter technisch sterk onderlegd te zijn en in 1908 bracht zijn interesse voor de architectuur hem in het Nationaal Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, waar hij door Prof. Blomme werd ingewijd in de traditionele bouwtechnieken.

Alle prijzen opsommen die Smolderen behaald heeft, is onbegonnen werk; wij vermelden enkel de Grote Prijs van Rome in 1914. Bij het uitbreken va Wereldoorlog 1 vluchtte Smolderen naar Nederland, waar hij kennis maakte met de beroemde architect Berlage. Na het einde van de oorlog ontwierp hij, via de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen, zijn eerste sociale woningblokken, in samenwerking met Vanhoenacker. In 1927 volgde hij Victor Horta te Antwerpen op als directeur van de architectuurafdeling van het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Het hoogtepunt van zijn carrière was niet het Torengebouw, waar hij vooral instond voor de binneninrichting, maar wel zijn rol als hoofdarchitect bij de opbouw van de Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1930.

Smolderen zou zich tot in de jaren '60 blijven bezighouden met de architectuur (sociale woningbouw aan de Jan de Voslei, Antwerpen, 1950-1965).

EMIEL VAN AVERBEKE (1876-1946)

Emiel Van Averbeke studeerde van 1888 tot 1894 aan de Academie te Antwerpen. Hij voltooide echter zijn studie niet. In 1892 schreef hij er zich in als tekenaar. Dit viel waarschijnlijk samen met zijn indiensttreding bij architect E. Thielens.

Tot 1903 legde hij zich vooral toe op de toegepaste kunsten, vanuit een sterke Art Nouveau-overtuiging.

Die overtuiging straalde ook uit zijn vroegere ontwerpen voor huizen in de Mercatorstraat en het liberale volkshuis 'Help U zelve" in de Volksstraat. In 1905 ruilde hij een onzekere loopbaan als vooruitstrevend architect voor een vaste betrekking in stadsdienst. Begonnen als tijdelijk conducteur, doorliep hij heel de hiërarchie en werd hij in 1920 benoemd - tot hoofdbouwmeester van de stad Antwerpen.


(Ontwerp van E. Van Averbeke voor de aanleg van de Antwerpse Linkeroever. Ca 1932)

Na te hebben meegewerkt aan de algemene herstellingswerkzaamheden na de oorlog, startte in 1926 onder zijn leiding de restauratie van de toren van de kathedraal.

In 1929 kreeg hij van de stad een speciale vergunning om als adviseur mee te werken aan het Torengebouw en de vergroting van de Grand Bazar. Volgens zijn zoon maakte Van Averbeke voor het Torengebouw een voorontwerp dat heel wat moderner geïnspireerd was dan dat van Vanhoenacker!

In 1930 ontwierp hij o.m. het stadspaviljoen voor de Wereldtentoonstelling te Antwerpen. Verder zijn van hem nog bekend de ventilatiegebouwen van de Scheldetunnels (1933), zijn urbanisatieplan voor de Linkeroever (1932), waar hij trouwens bijna een kopie van het Torengebouw wou laten bouwen, zijn plannen voor de restauratie van het Rubenshuis (1939) e.a. In 1945 werd hij benoemd tot conservator van het Rubenshuis. Hij overleed op 1 februari 1946 en kreeg een stadsbegrafenis op het Schoonselhof.

Naar boven







Info lesmap

In deze lesmap komt de ganse geschiedenis van de Antwerpse Boerentoren aan bod, van aanloop tot de bouw tot de volledige facelift.