Over ons Blog Contact
blog

Zijn alle blondjes dom?

Bron: ., het ZinTuig

“Alle vreemdelingen zijn profiteurs”, “Blondjes zijn echt wel dom”, “Hoe ga je om met mensen die allerlei dingen beweren maar er eigenlijk geen argument voor hebben? Dat proberen we even uit met een minicursus Socratisch gesprek.

image


1. Je vertrekt van een stelling die op het eerste gezicht zinnig lijkt of een uitspraak die steunt op het ‘gezond verstand’. Een heel vaak gehoorde uitspraak is: “Vreemdelingen komen naar hier om te profiteren.”

2. Je vraagt naar de betekenis van die bewering:
“Wat bedoel je met ‘profiteurs’? En met ‘vreemdelingen’? Bedoel je dat àlle vreemdelingen profiteurs zijn?”

3. Je bedenkt een situatie waarin die stelling of uitspraak niet opgaat. Veel mensen zullen bijvoorbeeld wel zeggen dat hun Turkse of Marokkaanse buurman een uitzondering is.
“Ha zo. Maar als jouw buurman een uitzondering is en mijn buurman ook, en als je dan het aantal buurmannen in Vlaanderen telt, zijn er dan niet heel veel uitzonderingen?”

4. Als je een uitzondering of tegenwerping vindt, is de stelling onjuist of onnauwkeurig. En dan wordt het tijd om na te gaan waarom mensen zo vaak beweren dat vreemdelingen profiteurs zijn. Het is blijkbaar iets hardnekkigs.
“Er zijn dus blijkbaar toch heel wat vreemdelingen die geen profiteurs zijn. Vind je bij de andere bevolkingsgroepen geen profiteurs? Hoe komt het dat wij dat denken?”

5. De oorspronkelijke stelling of uitspraak moet worden aangepast of genuanceerd, anders past de uitzondering er niet in.
“Sommige vreemdelingen zijn profiteurs” of: “Er wordt beweerd dat vreemdelingen profiteurs zijn.”
Dat is eigenlijk een nieuwe stelling maar daarmee hoef je nog niet tevreden te zijn. Met deze stelling keer je terug naar 1. Je herhaalt de stappen tot je opnieuw een uitzondering op de verbeterde uitspraak of stelling vindt. De waarheid ligt in of dichtbij een uitspraak waarvan je niet kan aantonen dat ze onjuist is.

“Van goed denken ga je minder piekeren”

A wordt B, B wordt A

In het Antwerpse café Witzli Poetzli zit Joni De Graaf (27), een Nederlandse die geregeld ‘voor de gezelligheid’ naar Antwerpen komt: “Filosofie heb ik nooit gehad, maar ik hou wel de beste herinneringen over aan mijn leraar Nederlands. Hij liet ons over allerlei kwesties discussiëren en gaf ons daarvoor de nodige technieken. Filosoferen volgens de socratische methode bijvoorbeeld. Hij leerde ons niet te lui te zijn en onze standpunten voortdurend tegen het licht te houden. Dat leidde soms tot hilarische situaties. Diegenen die eerst A dachten, dachten na afloop eerder B en omgekeerd. We leerden dat niets vast staat. Die techniek heb ik later nog gebruikt bij discussies onder vrienden maar ook bij sollicitatiegesprekken. Ik liet me niet meer zo vlug omverblazen. Die leraar zijn leuze was: ‘Van goed denken ga je minder piekeren’. Dat ben ik nooit vergeten.”

Hongerige leeuw

Onze hersenen verbruiken zo’n 70 liter zuurstof per dag. Lichamelijke inspanning en beweging zijn er belangrijke leveranciers van. Dat wisten de oude Grieken al. De reclameslogan ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ komt van hen. Aristoteles leidde in de Oudheid een ‘wandelende’ school, waar het filosoferen al rondjes wandelend werd bedreven. Maar ook geestelijke arbeid stimuleert de hersenen. Volgens kinderpsychiater Peter Adriaenssens sterven hersenen die niet worden gestimuleerd zelfs af. Hogere denkvaardigheden als kritisch denken en filosoferen houden de hersenen lenig. Daarvoor moet je ze wel trainen, want hersenen zijn lui. In de zintuiglijke brei van zien, horen, proeven, ruiken en voelen kunnen onze hersenen snel patronen herkennen. Dat is maar goed ook, want als we plots voor een hongerige leeuw staan, weten we onmiddellijk wat me moeten doen: wegwezen! Stel je voor dat waarvoor eerst een lijstje met mogelijkheden zouden moeten aflopen…

Potnaïef

Maar het probleem is dat we er té goed in zijn geworden. Onze hersenen trekken te snel conclusies en daardoor maken we fouten. We hebben een sterke neiging vooral te focussen op informatie die onze opvattingen bevestigt. Aanwijzingen die ons vertellen dat we fout zitten, negeren we. Dat is een natuurlijke reflex. We kunnen hem enkel afleren door onze hersenen herop te voeden.
Een incident kan ook tot ‘emotioneel redeneren’ leiden, wat meestal een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft. Vraag aan vijf getuigen van een zwaar verkeersongeval wat ze precies gezien hebben, en je krijgt vijf verschillende verhalen. Dat komt door de emoties die zo’n gebeurtenis oproepen. Zelfs getrainde wetenschappers trappen nog in die val. Ons brein is gewoonweg niet ingesteld op kritisch denken. Daarom gieten we complexe situaties in een voor ons samenhangend en herkenbaar verhaaltje dat we vlug voor waarheid nemen. Kritisch denken en filosoferen zijn instrumenten om aan de gebreken van ons te snelle brein te verhelpen. 

Moet je slim zijn om kritisch te kunnen denken? Nee. Je kunt heel intelligent zijn en tegelijk potnaïef, amper in staat tot kritisch denken. Filosoferen bevordert dus niet alleen je zelfvertrouwen, redeneervermogen, inzicht en out of the box denken, het is ook een middel om in een onbekende situatie houvast te vinden. Dus, Damian, go for it!

Meer over weten?
‘Het filosofisch café in acht vragen’, Sandra Aerts, Uitgeverij Cyclus

Gepost door Kathleen in blog

Tags: filosofie, psychologie, dialectiek, eigen mening, socrates, discussiëren, redeneren, socratisch gesprek, redenaar

Laatst aangepast op 12 maart 2014


Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Share