Over ons Blog Contact
blog

“Ineens moesten we 1000 bladzijden blokken!”

Bron: Jan T'Sas, het ZinTuig

Hannah (20) studeert Kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze doet ballet en geniet als kotstudent met volle teugen van het stedelijk leven. Maar het eerste jaar aan de unief was het volop aanpassen geblazen en dat lukte niet altijd. “Iedereen waarschuwt je wel hoe zwaar hoger onderwijs is, maar je onderschat het toch.”

image


98% van alle Vlaamse scholieren zitten in aso, tso of bso. Jij koos voor kso. Wat sprak je daarin aan?
Hannah: “Ik ging al van jongs af naar de tekenschool en ben altijd graag creatief bezig geweest. Daarom vond ik het fijn dat ik dit kon doortrekken naar mijn studierichting, waarin ook nog genoeg algemene vakken zaten. Na twee jaar Beeldende en Architecturale Vorming moest ik in de derde graad kiezen. Het werd Architecturale Vorming. Zo wou ik een iets wetenschappelijkere en bredere basis meekrijgen, zodat ik in het hoger onderwijs nog veel kanten uit kon.”

Vond je het een zware opleiding?
Hannah: “In Architecturale Vorming had ik zes uur wiskunde en daar was ik niet zo goed in. Als je bijvoorbeeld ingenieur-architect wil gaan studeren, heb je dat toch wel nodig. Soms kregen we commentaar van leerlingen uit het aso, omdat we vaak een of twee examens minder hadden, we hadden nu eenmaal ook praktijkvakken. Maar dat maakte het niet minder zwaar. Voor sommige opdrachten moest je door een lang denkproces, en kunstwerkjes en maquettes maken doe je niet in 1,2,3. Het was vallen en opstaan, heel vaak opnieuw beginnen en tot in de late uurtjes prutsen met maquettekarton. Ten slotte moesten we een eindwerk voorstellen aan een tienkoppige jury van gerenommeerde architecten. Dat vergt misschien wel meer voorbereiding dan een cursus economie studeren.”

Na de humaniora besliste je om Kunstwetenschappen te gaan studeren, een studierichting waarin je zowat de hele Europese kunstgeschiedenis moet blokken. Was je daarop voorbereid?
Hannah: “Ja en nee. Voor een vak als beeldende kunsten (kunstgeschiedenis) had ik een goeie basis. Na vier jaar Beeldende en Architecturale Vorming heb je wel wat bagage wat kunst betreft. Je merkt dat gauw in de aula. Al wie aan Kunstwetenschappen begint, heeft al wel gehoord van Monet of Da Vinci, maar als de prof begint te praten over het mathematisch perspectief van Massachio, wordt het stil. Voor mij was dat bekende kost.”

Maar op het blokwerk was je minder voorbereid.
Hannah: “Ja, in kso heb ik heel hard moeten werken aan projecten, maar zwaar blokken was daar niet altijd bij. In Kunstwetenschappen moest dat plots wel. Je krijgt een boek van 1000 bladzijden en wordt verondersteld het uit het hoofd te leren. Ik wist van geen kanten hoe ik daaraan moest beginnen. Ik las alles wel grondig, maar daarmee kun je het nog niet reproduceren. De eerste examenperiode was dan ook geen groot succes.”

Wat heb je dan gedaan?
Hannah: “Ik ben naar de dienst studiebegeleiding van de unief gestapt. Daar hebben ze me op weg geholpen. Nu pak ik de dingen veel efficiënter aan: notities uittikken, samenvattingen en schema’s maken, en vooral de leerstof opsplitsen in blokjes, zodat je het overzicht bewaart.”

De een leert graag hardop, de ander leest terwijl hij naar muziek luistert. Wat doe jij?
Hannah: “Schriftelijk studeren lijkt me het beste te liggen. Maar in het begin schreef ik veel te veel op en zo liep ik verloren in details. Nu onderstreep ik de belangrijke dingen en schrijf ik nog enkel kernzinnen uit. Als ik een zin lees als ‘tijdens de christelijke eeuwen was de patristiek een van de belangrijkste bronnen voor onze hedendaagse kennis van de muziektraditie’, dan zijn de kernwoorden ‘bronnen’ en ‘patristiek’. Die horen samen. ‘Patristiek’ is natuurlijk een term waarvan je de betekenis moet kennen, in dit geval ‘geschriften van kerkvaders’.

Veel professoren geven les met PowerPoint presentaties die de studenten via een elektronisch platform kunnen downloaden. Gebruik jij die ook?
Hannah: “Ik download ze om de essentie van de leerstof te hebben, maar meestal bestaan ze uit titels en steekwoorden die mij geen volledig inzicht geven. Als je die zomaar uit het hoofd leert, heb je daar weinig aan. Je moet zelf de verbanden leggen. Daarom maak ik er kernzinnen van.”

Welke leerstof vind jij makkelijker of moeilijker om te studeren?
Hannah: “Gemakkelijker te studeren leerstof is leerstof die ik interessant vind of die aansluit bij wat ik al ken. Dat was bijvoorbeeld het geval toen we een overzicht van de beeldende kunsten kregen. Maar een vak als sociologie was compleet nieuw voor mij. Minder voorkennis dus. Dat is lastiger.”

Sommige studenten studeren samen. Ze vinden dat ze dan beter leren.
Hannah: “Ik ben iemand die sociale controle nodig heeft bij het studeren, anders raak ik makkelijker afgeleid. Daarom studeer ik dikwijls samen met anderen in de bibliotheek, waar het stil is… Maar soms overloop ik de leerstof ook wel eens actief met een medestudent. Iemand van een hoger jaar bijvoorbeeld, die de dingen met eigen woorden nog eens uitlegt. En af en toe babbel ik met kotgenoten uit een andere studierichting, psychologie bijvoorbeeld. We vertellen aan elkaar wat we geleerd hebben. Als je iets uitlegt, moet je zelf het verhaal maken. Daar krijg ik meer inzicht van.”

Ten slotte nog dit: van sommige proffen is geweten dat ze hun cursus quasi letterlijk voorlezen. Veel studenten brossen dan ook hun lessen. Klinkt dat herkenbaar?
Hannah: “In mijn studierichting wordt soms aanschouwelijk lesgegeven. We krijgen beelden en schilderijen te zien, of we luisteren naar muziek, van de Middeleeuwen tot nu. Ik merk dat ik daar veel aan heb om mij leerstof eigen te maken. Maar het blijven toch vooral hoorcolleges. En ja, die kunnen saai zijn, maar ik probeer wel zoveel mogelijk naar de les te gaan.”

Gepost door Kathleen in blog

Tags:

Laatst aangepast op 08 januari 2016


Reacties

Reageer

Share