Over ons Blog Contact
blog

De breinvraag: Hoe leren mensen (gemakkelijker)?

Bron: Jan T'Sas, het ZinTuig

Wat doen onze hersenen als we iets leren? Daar buigen psychologen, neurologen en pedagogen zich al honderden jaren over. Er bestaan dan ook verschillende leertheorieën. Maar stilaan wordt men het wel eens over wat ons gemakkelijker doet leren. Dat maakte prof. Henk Schmid van de universiteit Amsterdam onlangs duidelijk. Tijdens een lezing vol kleine experimenten aan de Universiteit Antwerpen in 2013 maakte hij zeven kenmerken van leren zichtbaar. Proberen?


1. We leren makkelijker op een actieve manier
Proef: Neem een tekst voor je en denk aan de rechterkant enkele centimeters af. Probeer nu de hele tekst te lezen en te begrijpen. Niet spieken! Vertel, als je klaar bent met lezen, te vertellen wat er in de tekst stond. Je zult je meer herinneren dan als je een deel van de tekst niet had afgedekt en hem ‘gewoon’ had gelezen.
Uitleg:Doordat een deel van de tekst ontbreekt, moet je meer inspanningen doen om hem te begrijpen. Je hersenen schakelen een tandje hoger, je leest actiever. Daardoor onthoud je meer. Dit effect kwam toevallig aan het licht tijdens een examen. Een docent had een tekst slecht gekopieerd, waardoor rechts enkele centimeters ontbraken. De studenten scoorden niet slechter op tekstbegrip maar juist beter.

2. Leren is makkelijker als we nieuwe kennis kunnen linken aan voorkennis
Proef: Lees de volgende tekst – waarover gaat dit?
Een krant is beter dan een weekblad. Het strand is een betere plek dan de straat. Eerst kan men beter rennen dan lopen. Je moet het wellicht een aantal keren proberen. Het vraagt wat handigheid maar is makkelijk te leren. Zelfs kleine kinderen kunnen er plezier aan beleven. Wanneer je eenmaal succes hebt, treden er nauwelijks nog complicaties op. Vogels komen zelden te dichtbij. Regen zorgt ervoor dat het heel snel doornat wordt. Als er geen complicaties optreden, kan het zeer vredig zijn. Een rots kan als anker dienen. Als dingen echter losbreken, krijg je geen tweede kans.
Uitleg: Leerstof die niet aansluit bij wat je al weet, of die heel abstract is, maakt het leren lastig. Ook als je het tekstje uit deze proef uit het hoofd leert, dan nog herinner je je er over een week niets meer van. Tenzij we je natuurlijk een ankerpunt geven, een stukje kennis dat je al wél in je hoofd hebt zitten en dat deze tekst meteen veel meer betekenis geeft. ‘De vlieger’ bijvoorbeeld, dat is de titel van de tekst. Begrijp je hem nu beter?

3. Leren is makkelijker als we zelf bepalen hoe we leren
Proef: Hoeveel is 13 x 13?
Uitleg: Hoe heb je deze opgave opgelost? Misschien kende je de oplossing (169) gewoon uit het hoofd. Sommige mensen kunnen alle kwadraten tot honderd zomaar opzeggen. Of misschien heb je de opgave berekend: eerst 10 x 13, dan 3 x 13 en dan beide uitkomsten optellen. Of je hebt gecijferd:
13
  13
x——
169
Het feit dat je de keuze zelf kunt maken, maakt leren voor jou gemakkelijk. Het zou lastiger zijn mocht iemand ons zeggen dat we elke optelling uit het hoofd moeten leren. Het zou ook lastiger zijn mochten we verplicht zijn elke berekening te becijferen, ook de tafel van 3 bijvoorbeeld. Gaandeweg leer je wat de handigste manier is om een opgave als 13 x 13 te maken. Op dezelfde manier leren we hoe we het best andere dingen leren.

4. Iedereen leert op zijn eigen manier van leren
Proef: Hoe leer jij? Hoe leer jij het liefst? Heb je graag uitleg van een boeiende leraar? Zoek je graag zelf de dingen uit? Ben je een creatief brein dat het best al doende leert? … Dat kun je nagaan met een zogenaamde leerstijlentest. Een korte versie daarvan vind je hier.

Uitleg:De eerste die over leerstijlen schreef en er ook een test voor ontwierp, was de psycholoog David Kolb. Hij onderscheidt vier leerfasen waarbij we telkens andere vaardigheden nodig hebben: concreet ervaren (‘feeling’), waarnemen en overdenken (‘watching’), abstracte begripsvorming (‘thinking’) en actief experimenteren (‘doing’). Als we iets goed willen leren, moeten we al die fasen doorlopen. Maar we zijn niet allemaal even goed in die vier fasen. Wiskundigen zijn bijvoorbeeld beter in abstracte begripsvorming. En sportmensen zijn beter in actief experimenteren. De leerstijlentest maakt duidelijk waar jij goed en minder goed in bent. En dus ook hoe je het liefst en het makkelijkst leert.

5. Makkelijk leren hangt af van de context
Proef: het ‘shaky bridge’ experiment
Onderzoekers lieten mannen over een smalle loopbrug wandelen boven een diep ravijn. Zodra de man in het midden stond, sprak een jonge man of vrouw naar hem aan.  De man/vrouw stelde zich voor als psycholoog en vroeg of de man wou meewerken aan een experiment. Hij/zij vroeg aan de man om een verhaaltje te schrijven over een foto die hem getoond werd. Zodra hij klaar was, kreeg hij het telefoonnummer van de onderzoeker. Daar mocht de man een week later naar bellen als hij het resultaat van het onderzoek wou kennen. De volgende dag lieten de onderzoekers mannen over een betonnen viaduct lopen dat over diezelfde ravijn lag, maar dan dicht tegen de bodem. Opnieuw moesten de mannen halverwege een verhaaltje schrijven en ook zij kregen het telefoonnummer van de onderzoeker mee… Wat bleek? De verhaaltjes van de mannen op de loopbrug bevatten meer seksueel getinte fantasieën dan die van de mannen op het viaduct. De mannen van de loopbrug telefoneerden een week later ook veel meer om het resultaat van het experiment te kennen. En de vrouwelijke psycholoog kreeg de meeste telefoons.
Uitleg:Het is misschien wat ver gezocht, maar dit experiment bewijst hoe wij onbewust in de luren worden gelegd door onze emoties. Als de mannen op een smalle loopbrug boven een ravijn staan, produceert hun lichaam extra adrenaline. Ze raken daardoor meer opgewonden. Zodra een vrouw hen aanspreekt, richten ze die opwinding onbewust op haar en schrijven ze een ander verhaaltje dan wat ze met minder adrenaline zouden schrijven. De context bepaalt dus mee wat ons verstand doet.

6. We leren makkelijker doelgericht
Proef: Twee groepen studenten kreeg afzonderlijk de eerste drie minuten van het tv-programma De Prehistorie (1975) te zien. De eerste groep kreeg als opdracht goed te kijken en te luisteren. Nadien moesten ze individueel drie vragen beantwoorden waarop ze niet waren voorbereid: welke kleur hebben de karretjes? Hoeveel keer komt koning Boudewijn in beeld? Hoeveel wielen heeft de F-16? De studenten scoorden erg laag. De tweede groep kreeg deze drie vragen vooraf en keek dan naar het filmpje. Hun scores lagen veel hoger.
Uitleg:Deze proef maakt het verschil duidelijk tussen doelgericht en doelloos leren. Zelf kun je bijvoorbeeld bepalen dat je eerst de hoofdlijnen grondig wilt studeren en pas dan de details (doelgericht). Je kunt ook als een kip zonder kop alles uit het hoofd leren (doelloos). Daar kan de leraar ook bij helpen. Als hij voor de proefwerken duidelijk maakt wat hij verwacht en hoe hij zal toetsen, wordt het leren voor jou doelgerichter en dus makkelijker.

7. We leren makkelijk van elkaar
Proef: Hieronder zie je een niet-alledaags voorwerp. Probeer te achterhalen wat het is en waar het voor dient. Na een minuut overleg je met iemand anders. Door dat overleg kom je meestal meer te weten dan als je er alleen voor staat.

image

Uitleg: Volgens de Russische psycholoog Lev Vygotsky is ons een brein een sociaal brein. We leren van elkaar. Door over het voorwerp te praten met iemand anders, kom je sneller bij de waarheid dan als je er alleen voor staat. Als iemand bijvoorbeeld plots tegen je zegt: ‘Ik heb dat voorwerp al eens in een keuken’ gezien, kom jij misschien om die idee dat je met dit voorwerp een pan van het vuur kunt halen zonder dat je het risico loopt je te verbranden. Samen leg je meer verbanden, krijg je meer inzicht.  

Gepost door Kathleen in blog

Tags:

Laatst aangepast op 14 april 2014


Reacties

Reageer

Share