Over ons Blog Contact
blog

De breinvraag: “Help, hoe kom ik over?”

Bron: Jan Van den Bossche, het zinTuig

Jef (20): “Ik heb al een paar keer gesolliciteerd voor een vakantiejob maar spijtig genoeg val ik er elke keer naast. Na zo’n sollicitatiegesprek heb ik niet zo’n goed gevoel en vraag ik me wel eens af wat ik volgende keer beter kan doen. Misschien communiceer ik niet zo goed. Zijn er dingen waar ik extra kan op letten?”

image


“We kijken naar elkaars lichaam”
Boodschappen, gevoelens en opvattingen uiten we via woorden, stem en lichaamstaal. Volgens hoogleraar psychologie Albert Mehrabian beoordelen we een boodschap van een persoon voor 7 procent op zijn woorden, voor 38 procent op zijn intonatie en voor 55 procent op zijn lichaamstaal. Als die niet op elkaar zijn afgestemd, domineert de lichaamstaal.

“De eerste indruk bestaat echt”
Als we mensen voor het eerst ontmoeten, vormen we meteen een beeld van hen. Onderzoek wijst uit dat die eerste indruk effect heeft op hoe wij die persoon verder beoordelen. De positieve kant hiervan noemen we het Halo-effect. Ons beeld van die persoon is dan soms rooskleuriger dan eigenlijk het geval is. Het tegenovergestelde van het Halo-effect noemen we het Hola- of Horn-Effect. We hebben dan negatieve vooroordelen over iemands karakter of geschiktheid op basis van één of een klein aantal geobserveerde eigenschappen. Voor een sollicitant is dat fataal, want hoe maak je die eerste, negatieve indruk ongedaan? 

“Doe iets met emoties”
Je kunt geloofwaardig en inhoudelijk sterk overkomen, maar als je bij je tegenspeler geen emotie losmaakt, sta je nergens. Emoties geven meestal de doorslag bij de keuzes die we maken, ook bij een sollicitatie. Als je je boodschap persoonlijk maakt, speel je makkelijker in op de emoties van anderen. Gebruik de snelkoppeling gevoel. Je toehoorders vergeten bijna 90 procent van wat je zegt, maar met het gevoel dat jij achterlaat blijven ze zitten.

“Vertel een verhaal”
Een goed verhaal is eenvoudig, geloofwaardig, onverwacht en gericht op de persoon met wie je in gesprek bent. Het blijft hangen, omdat ons brein gemakkelijk verhalen onthoudt. Bepaal vooraf welk verhaal je over jezelf wil vertellen en welke elementen daarvan er bij je gesprekspartners moeten blijven hangen. Je kunt jezelf niet radicaal veranderen, maar je kunt er wel voor zorgen dat je wordt gezien. Je bent geen slachtoffer dat naar de slachtbank moet, je kan zelf heel wat invloed uitoefenen.

“Niet knabbelen en murmelen”
Spreek in een begrijpelijke taal. Als je tegenspeler je snel en gemakkelijk begrijpt, is hij (of zij) tevreden en word jij in zijn ogen interessanter. Praat duidelijk, langzaam en verstaanbaar. Articuleer en produceer voldoende volume. Als je op je woorden knabbelt of murmelt met je hand aan de kin, ben je niet alleen onverstaanbaar, maar ook onaantrekkelijk en oninteressant. Breng afwisseling in je stem, ritme, volume, toonhoogte. Praat in de richting van je tegenspeler. Mensen volgen graag je gezicht.

“Yes I can”
Wie geen zelfvertrouwen heeft en niet achter zijn of haar principes staat, komt niet aan de bak. Straal je met je woorden of gedrag onzekerheid uit, dan wordt het ook niks. Wat je over jezelf denkt, straal je uit. Iemand met zelfvertrouwen loopt rechtop, de kin lichtjes omhoog. De Obama walk. ‘Yes I can’. Je komt er goed voor, stapt langzaam en ontspannen, lacht en maakt oogcontact met anderen. Je luistert, observeert je omgeving en ademt rustig, kijkt niet gedurig rond je heen en trekt je niet aan wat anderen van jou denken. Je hebt niet de behoefte om je constant te bewijzen, je praat rustig met een wat lagere stem. Je last kleine pauzes in. Zo geef je de indruk dat je alles onder controle hebt.

“Handen schudden, namen onthouden”
Een handdruk is een opstap naar vertrouwen. Kijk elkaar aan en concentreer je op de persoon die je de hand drukt. Heb je haar of zijn naam gehoord? Onthoud hem. Het horen van je naam is de zoetste en belangrijkste klank in elke taal. De meeste mensen zijn gevleid als je hun naam noemt. Doe dat. Daarom reageren mensen ook positiever op een nieuwsbrief of een mail die begint met ‘Beste
Jef’ dan met ‘Geachte heer’.

“Gebruik liever geen PowerPoint”
In de 4de eeuw v.C. benoemde Aristoteles de drie overtuigende krachten: gezond verstand, een goed karakter en goede wil. Consultant Sylvie Verleye vroeg aan dertig toplui van bedrijven wat hun ervaringen zijn met sollicitaties. De top drie van ergernissen bestond uit kandidaten zonder boodschap, zonder passie en een teveel aan PowerPoint. Je moet dus inhoud hebben en onvoorspelbaar zijn.

“Spreek met je handen”
Handgebaren versterken wat je zegt. Ze verraden of je Ik-gericht of Samen-gericht bent. Communiceer met open handen. Zit je met gekruiste armen op het sollicitatiegesprek, dan lijkt het alsof je wat te verbergen hebt. Je schermt je letterlijk af van je gesprekspartner.

“Zoek het contrast”
De Romeinse babbelgoeroe Quintilianus kende tweeduizend jaar geleden al de kracht van het contrast. Heeft bij een sollicitatie de spreker voor jou een uitbundige stijl, probeer hem dan niet te overtreffen. Je maakt meer indruk om net het tegenovergestelde te doen: neem een rustige houding aan met beheerste bewegingen.

“Maak je argumenten SEXI”
Een goed argument bestaat uit drie delen: State, EXplain en Illustrate. Je vat je argument eerst samen (State), legt dan uit wat je ermee bedoelt (Explain) en ten slotte licht je het toe met een voorbeeld, feiten, redenering of vergelijking (Illustrate). Bij een goed argument leg je twee zaken uit. Waarom wat jij beweert waar is en waarom het argument voor jouw tegenspeler belangrijk is. Die tweede stap slaan we nog al eens over, omdat die voor ons vanzelfsprekend is.

“Ik heb geen idee”
Toegeven dat je iets niet weet is geen ramp, zelfs een kans. Als je aangeeft dat je een antwoord niet weet, zullen de antwoorden die je eerder gaf wel kloppen. Zorg er wel voor dat je af en toe ook iets weet. Bovendien is goed op de vragen van de interviewer antwoorden één ding, maar als je zelf intelligente vragen stelt, maak je duidelijk dat je geïnteresseerd bent. Denk vooraf na welke straffe vragen je kunt stellen.

“Verspreid een gerucht“
Mensen zijn geneigd een verhaal te geloven als ze het van meer mensen horen. Zo kun je zelf een gerucht lanceren. Het gerucht zal de gepaste mensen bereiken die zich zullen afvragen waarom ze jouw naam zo dikwijls horen. Mensen die in het belangstelling staan, worden vlug leiderschapskwaliteiten toegedicht. Men gaat geloven dat jij een bijzonder iemand bent en voor je het beseft, ben je zelf gelanceerd.

“Wees grappig, maar met mate”
Humor zorgt ervoor dat je tegenspeler minder kritisch naar de inhoud van je boodschap kijkt. Wie een goede grap maakt, komt sympathiek over en van mensen die we sympathiek vinden, nemen we sneller iets aan. Dat wil niet zeggen dat een grappenmaker automatisch overtuigt. Als je waar je voor staat zelf niet ernstig neemt, mag je dat ook niet van je tegenspeler verwachten. Ongepaste humor kan je geloofwaardigheid zelfs aantasten.

“Relativeer jezelf”
Een andere techniek is zelfspot. Al Gore toonde zich er een meester in bij de inleiding van zijn film ‘An inconvenient truth’. Hij introduceerde zichzelf met: ‘Ik was ooit de volgende president van de Verenigde Staten van Amerika.’ Als je jezelf zo kunt relativeren, scoor je.
Daarnaast kun je ook enkele ‘saver lines’ bedenken. Dat zijn vaste maar goede grapjes die je in onverwachte situaties kunt gebruiken. Als je tijdens een gesprek plots een politiesirene hoort merk je op: ‘Ah, daar is mijn taxi al’. Met de lachers op de hand heb je een streepje voor.

Nog een blik factoren die je aanwerving kunnen beïnvloeden
Natuurlijk heb je de meeste kans om te worden aangeworven als je de juiste competenties en diploma’s hebt. Je komt op tijd naar het sollicitatiegesprek. Kleed je goed en bereid het gesprek voor. Maar er zijn ook andere, niet altijd rationele parameters die de ‘recruiters’ (kunnen) beïnvloeden. Zeven merkwaardige tips.

1. Ga dinsdag om halfelf ’s morgens …
(… als je tenminste zelf het uur van de afspraak kunt kiezen.) Volgens de Amerikaanse carrièrewebsite Glassdoor is dat het optimale moment, omdat we op dinsdag het productiefst zijn en het minste stress hebben. De interviewer heeft om 10.30 uur de tijd gehad om zijn of haar mails te lezen, een koffie te drinken en andere zaken te regelen. Zij of hij is klaar voor jou.

2. Ga niet als het regent
Volgens de universiteit van Toronto hebben we bij regenweer een procent minder kans om te worden aangeworven. Niet veel, maar probeer regenachtige dagen te vermijden.

3. Draag blauw, zwart, grijs of bruin
Volgens CareerBuild kun je schreeuwerige kleuren beter vermijden. Alles hangt natuurlijk af van de functie waarvoor je solliciteert.

4. Wees vriendelijk tegen de receptionist
Sommige wervers vragen aan de receptionist wat hij of zij van je vond. Tony Hsieh, CEO van Zapos, vroeg telkens de mening van zijn chauffeur die een kandidaat voor een functie op de luchthaven ging oppikken. Als die de chauffeur niet correct behandelde, was zijn of haar kans verkeken.

5. Blijf staan
Wacht totdat je gesprekspartner je uitnodigt om te gaan zitten.

6. Check it: is het een Babyboomer?
Vandaag zijn er drie generaties op de arbeidsmarkt: Babyboomers, X- en Y-generatie. Dat heeft invloed op vergaderingen, hiërarchie, technologie en verloning. Elke generatie heeft haar waarden en belangen. Pas je antwoorden aan de leeftijd van de interviewer aan. Hou de waarden van de verschillende generaties in je achterhoofd.

7. Hoop op zwakke concurrenten
Volgens een studie in Psychological Science vergelijken wervers de kandidaten enkel met de mensen die op dezelfde dag op gesprek komen. Als je juist of na een genie komt, heb je pech.

Gepost door Kathleen in blog

Tags: breinvraag, hoe kom ik over, lichaamstaal

Laatst aangepast op 15 mei 2014


Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Share