![]() |
||||
|
Mulay Hassan In 1534 is Mulay Hassan de heerser van Tunis. Hij geniet van zijn macht en misbruikt haar. Zijn onderdanen haten hem. Dan wordt hij verjaagd door een Turkse expeditie, uitgezonden om het grote Turkse rijk te vergroten. Hij vlucht naar Brussel om bescherming van Keizer Karel V te vragen. In Brussel woont hij bij de graaf van Tassis, Johann Baptista. Samen met zijn gastheer gaan ze op jacht. Om op te vallen dragen ze allebei elegante Arabische kleding (ja, ook de graaf!). De Vlamingen vinden Hassan maar raar. Hij eet amber in zijn saus (amber is een stof uit de darm van de potvis die vooral gebruikt wordt in de parfumindustrie), hij smult van pauw en fazant en luistert geblinddoekt naar muziek. Vreemde gewoonten... ![]() Jules Chifflet, Les Marques d'Honneur de la Maison de Tassis. Antwerpen, 1645, portret van Johann Baptista, gaarf van Tassis en Mulay Hasan, bey van Tunis, The Arcadian Library Als Hassan een jaar in Brussel is herovert en plundert de legermacht van Karel V Tunis. Mulay Hassan keert terug op zijn troon om zijn machtsspelletje verder te spelen, tot grote spijt van de inwoners van Tunis. Maar dan grijpt zijn zoon in. Mulay Ahmed is het slechte beleid van zijn vader beu. Hij zet hem af en laat hem straffen. De straf die hij hem oplegt is er één die Hassan zelf vele malen had toegepast op zijn eigen onderdanen. Hij laat hem de ogen uitsteken. Blind en berooid vlucht Hassan naar Sicilië waar hij na een paar jaar zal overlijden.
|